-
Een slijtlokaliteit staat niet rechtstreeks in verbinding met een neringruimte.
-
Een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, heeft ten minste één horecalokaliteit met een vloeroppervlakte van ten minste 35 m2. De burgemeester kan besluiten af te wijken van de eerste zin, indien er sprake is van een lokaliteit die is gevestigd in een rijksmonument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet.
-
Een inrichting waarin het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend heeft ten minste één slijtlokaliteit met een vloeroppervlakte van ten minste 15 m2.
-
Bij ministeriële regeling worden eisen gesteld aan de minimale verbindingsruimte tussen een slijtlokaliteit en een neringruimte.
-
De bij of krachtens dit artikel gestelde eisen gelden in aanvulling op hetgeen is geregeld bij of krachtens de artikelen 2, 3, 5, 6 en 120 van de Woningwet.
Inhoud
Artikel 10
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-07-2021.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2021.
12-02-2025
Huidig
01-01-2025
Historisch
01-04-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
05-10-2023
Historisch
01-07-2023
Historisch
15-08-2022
Historisch
01-07-2021
Historisch
31-12-2017
Historisch
01-01-2015
Historisch
15-02-2014
Historisch
01-01-2014
Historisch
01-01-2013
Historisch
01-01-2012
Historisch
14-07-2010
Historisch
01-07-2009
Historisch
14-09-2005
Historisch
31-07-2005
Historisch
01-07-2005
Historisch
01-12-2004
Historisch
01-06-2003
Historisch
01-07-2002
Historisch
01-11-2000
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-11-2000
Tekst van deze versie
- DeEen inrichtingslijtlokaliteit dientstaat teniet voldoen aan bij algemene maatregel van bestuurrechtstreeks in hetverbinding belangmet vaneen de sociale hygiëne te stellen eisen.neringruimte.
- Een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, heeft ten minste één horecalokaliteit met een vloeroppervlakte van ten minste 35 m2. De burgemeester kan besluiten af te wijken van de eerste zin, indien er sprake is van een lokaliteit die is gevestigd in een rijksmonument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet.
- Een inrichting waarin het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend heeft ten minste één slijtlokaliteit met een vloeroppervlakte van ten minste 15 m2.
- Bij ministeriële regeling worden eisen gesteld aan de minimale verbindingsruimte tussen een slijtlokaliteit en een neringruimte.
- De bij of krachtens dit artikel gestelde eisen gelden in aanvulling op hetgeen is geregeld bij of krachtens de artikelen 2, 3, 5, 6 en 120 van de Woningwet.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.