Alcoholwet

Inhoud

Artikel 20

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2012.
  1. Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken aan een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt. Onder verstrekken als bedoeld in de eerste volzin wordt eveneens begrepen het verstrekken van alcoholhoudende drank aan een persoon van wie is vastgesteld dat deze de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, welke drank echter kennelijk bestemd is voor een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt.

  2. Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank te verstrekken aan een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Onder verstrekken als bedoeld in de eerste volzin wordt eveneens begrepen het verstrekken van sterke drank aan een persoon van wie is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, welke drank echter kennelijk bestemd is voor een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.

  3. Het is verboden in een slijtlokaliteit de aanwezigheid toe te laten van een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, anders dan onder toezicht van een persoon van 21 jaar of ouder.

  4. De vaststelling, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, blijft achterwege, indien het een persoon betreft die onmiskenbaar de vereiste leeftijd heeft bereikt. De vaststelling geschiedt aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de identificatieplicht, dan wel een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen document.

  5. Bij gemeentelijke verordening kan worden verboden dat in de gemeente of een bij de verordening aangewezen deel daarvan, in een horecalokaliteit van een bij de verordening aangewezen aard de aanwezigheid wordt toegelaten van personen beneden een bij die verordening te bepalen leeftijd welke echter niet hoger mag zijn dan 21 jaar.

  6. Op plaatsen waar bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank wordt verstrekt, alsmede bij de toegang tot een slijtlokaliteit, dient duidelijk zichtbaar en goed leesbaar te worden aangegeven welke leeftijdsgrens of leeftijdsgrenzen gelden. Onze Minister kan daaromtrent nadere regels stellen en modellen voorschrijven.

  7. Het is verboden in een slijtlokaliteit of horecalokaliteit of op een terras de aanwezigheid toe te laten van een persoon die in kennelijke staat van dronkenschap of kennelijk onder invloed van andere psychotrope stoffen verkeert.

12-02-2025 Huidig 01-01-2025 Historisch 01-04-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 05-10-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 15-08-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 31-12-2017 Historisch 01-01-2015 Historisch 15-02-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-01-2012 Historisch 14-07-2010 Historisch 01-07-2009 Historisch 14-09-2005 Historisch 31-07-2005 Historisch 01-07-2005 Historisch 01-12-2004 Historisch 01-06-2003 Historisch 01-07-2002 Historisch 01-11-2000 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-07-2002.

Tekst van deze versie

  1. Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken aan een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt. Onder verstrekken als bedoeld in de eerste volzin wordt eveneens begrepen het verstrekken van alcoholhoudende drank aan een persoon van wie is vastgesteld dat deze de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, welke drank echter kennelijk bestemd is voor een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt.

  2. Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank te verstrekken aan een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Onder verstrekken als bedoeld in de eerste volzin wordt eveneens begrepen het verstrekken van sterke drank aan een persoon van wie is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, welke drank echter kennelijk bestemd is voor een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.

  3. Het is verboden in een slijtlokaliteit de aanwezigheid toe te laten van een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, anders dan onder toezicht van een persoon van 21 jaar of ouder.

  4. De vaststelling, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, blijft achterwege, indien het een persoon betreft die onmiskenbaar de vereiste leeftijd heeft bereikt. De vaststelling geschiedt aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de identificatieplicht, dan wel een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen document.

  5. Bij gemeentelijke verordening kan worden verboden dat in de gemeente of een bij de verordening aangewezen deel daarvan, in een horecalokaliteit van een bij de verordening aangewezen aard de aanwezigheid wordt toegelaten van personen beneden een bij die verordening te bepalen leeftijd welke echter niet hoger mag zijn dan 21 jaar.

  6. Op plaatsen waar bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank wordt verstrekt, alsmede bij de toegang tot een slijtlokaliteit, dient duidelijk zichtbaar en goed leesbaar te worden aangegeven welke leeftijdsgrens of leeftijdsgrenzen gelden. Onze Minister kan daaromtrent nadere regels stellen en modellen voorschrijven.

  7. Het is verboden in een slijtlokaliteit of horecalokaliteit of op een terras de aanwezigheid toe te laten van een persoon die in kennelijke staat van dronkenschap of kennelijk onder invloed van andere psychotrope stoffen verkeert.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Alcoholwet