-
Het is verboden een horecalokaliteit of een slijtlokaliteit voor het publiek geopend te houden indien in de inrichting niet aanwezig is:
een leidinggevende die vermeld staat op het aanhangsel bij de vergunning, bedoeld in artikel 29, tweede lid, met betrekking tot die inrichting of een andere vergunning van dezelfde vergunninghouder of
een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 30a, eerste lid, is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist.
-
In afwijking van het eerste lid is het een paracommerciële rechtspersoon verboden een horecalokaliteit, gedurende de tijd dat daar alcoholhoudende drank wordt verstrekt, geopend te houden, indien in de inrichting niet aanwezig is:
een leidinggevende die vermeld staat op het aanhangsel bij de vergunning, bedoeld in artikel 29, tweede lid, met betrekking tot die inrichting of een andere vergunning van dezelfde vergunninghouder of
een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 30a, eerste lid, is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist of
een barvrijwilliger die een voorlichtingsinstructie als bedoeld in artikel 9, tweede lid, heeft gekregen.
-
Het is verboden in een slijtlokaliteit of horecalokaliteit, gedurende de tijd dat daarin dranken worden verstrekt, personen jonger dan 16 jaar dienst te laten doen.
-
Indien dit voor de naleving van artikel 20, eerste en tweede lid, noodzakelijk is, kan bij algemene maatregel van bestuur de leeftijd, genoemd in het derde lid, op 18 jaar worden gesteld, met dien verstande dat zulks alsdan niet geldt voor personen die alcoholhoudende drank verstrekken in het kader van een in de maatregel aan te geven beroepsopleiding.
-
Het derde lid en, indien van toepassing de algemene maatregel van bestuur krachtens het vierde lid, zijn niet van toepassing op personen die de in die leden genoemde leeftijd nog niet hebben bereikt en die alcoholhoudende drank verstrekken in het kader van onderwijs als bedoeld in:
artikel 10b, derde lid, onder f, h, i, en j, en het zevende lid, onder a, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
artikel 10b1 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
artikel 10b8 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
artikel 10d, derde lid, onder f, h, i en j en het zevende lid, onder b, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
artikel 10f van de Wet op het voortgezet onderwijs;
artikel 14a van de Wet op de expertisecentra gelezen in samenhang met de artikelen 10b, derde lid, onder, f, h, i, en j, en zevende lid onder a, en 10d, derde lid, onder f, h, i, en j, en zevende lid, onder b, van de Wet op het voortgezet onderwijs; en
artikel 14c van de Wet op de expertisecentra.
Inhoud
Artikel 24
Vergelijking met vorige versie
Tekst van deze versie
-
Het is verboden een horecalokaliteit of een slijtlokaliteit voor het publiek geopend te houden indien in de inrichting niet aanwezig is:
een leidinggevende die vermeld staat op het aanhangsel bij de vergunning, bedoeld in artikel 29, tweede lid, met betrekking tot die inrichting of een andere vergunning van dezelfde vergunninghouder of
een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 30a, eerste lid, is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist.
-
In afwijking van het eerste lid is het een paracommerciële rechtspersoon verboden een horecalokaliteit, gedurende de tijd dat daar alcoholhoudende drank wordt verstrekt, geopend te houden, indien in de inrichting niet aanwezig is:
een leidinggevende die vermeld staat op het aanhangsel bij de vergunning, bedoeld in artikel 29, tweede lid, met betrekking tot die inrichting of een andere vergunning van dezelfde vergunninghouder of
een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 30a, eerste lid, is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist of
een barvrijwilliger die een voorlichtingsinstructie als bedoeld in artikel 9, tweede lid, heeft gekregen.
-
Het is verboden in een slijtlokaliteit of horecalokaliteit, gedurende de tijd dat daarin dranken worden verstrekt, personen jonger dan 16 jaar dienst te laten doen.
- Indien dit voor de naleving van artikel 20, eerste tot en met derdetweede lid, noodzakelijk is, kan bij algemene maatregel van bestuur de leeftijd, genoemd in het derde lid, op 18 jaar worden gesteld, met dien verstande dat zulks alsdan niet geldt voor personen die alcoholhoudende drank verstrekken in het kader van een in de maatregel aan te geven beroepsopleiding.
-
Het derde lid en, indien van toepassing de algemene maatregel van bestuur krachtens het vierde lid, zijn niet van toepassing op personen die de in die leden genoemde leeftijd nog niet hebben bereikt en die alcoholhoudende drank verstrekken in het kader van onderwijs als bedoeld in:
- artikel 10b, derde lid, onder f, h, i, en j, en het zevende lid, onder a, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
- artikel 10b1 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
- artikel 10b8 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
- artikel 10d, derde lid, onder f, h, i en j en het zevende lid, onder b, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
- artikel 10f van de Wet op het voortgezet onderwijs;
- artikel 14a van de Wet op de expertisecentra gelezen in samenhang met de artikelen 10b, derde lid, onder, f, h, i, en j, en zevende lid onder a, en 10d, derde lid, onder f, h, i, en j, en zevende lid, onder b, van de Wet op het voortgezet onderwijs; en
- artikel 14c van de Wet op de expertisecentra.
Nog geen automatische verwijzingen.