Alcoholwet

Inhoud

Artikel 31

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2013.
  1. Een vergunning wordt door de burgemeester ingetrokken, indien:

    1. de te harer verkrijging verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvrage een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;

    2. niet langer wordt voldaan aan de bij of krachtens artikelen 8 en 10 geldende eisen;

    3. zich in de betrokken inrichting feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven der vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid;

    4. de vergunninghouder in de in de artikelen 30 en 30a, eerste lid, bedoelde gevallen geen melding als in die artikelen bedoeld heeft gedaan.

  2. Een vergunning kan door de burgemeester worden ingetrokken indien de vergunninghouder de bij of krachtens deze wet gestelde regels, dan wel de aan een vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen, niet nakomt.

  3. Een vergunning kan voorts door de burgemeester worden ingetrokken, indien:

    1. er sprake is van het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Voordat daaraan toepassing wordt gegeven, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van voornoemde wet, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd;

    2. een vergunninghouder in een periode van twee jaar ten minste drie maal op grond van artikel 30a, eerste lid, om bijschrijving van een persoon op het aanhangsel bij de vergunning heeft verzocht en de burgemeester die wijziging van het aanhangsel ten minste driemaal heeft geweigerd op grond van artikel 30a, vijfde lid.

  4. Indien een vergunning is ingetrokken omdat is gehandeld in strijd met de voorschriften en beperkingen verbonden aan de vergunning, bedoeld in artikel 4 of 25a, wordt de bevoegdheid om aan de betrokken rechtspersoon een nieuwe vergunning te verlenen opgeschort tot een jaar nadat het besluit tot intrekking onherroepelijk is geworden.

12-02-2025 Huidig 01-01-2025 Historisch 01-04-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 05-10-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 15-08-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 31-12-2017 Historisch 01-01-2015 Historisch 15-02-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-01-2012 Historisch 14-07-2010 Historisch 01-07-2009 Historisch 14-09-2005 Historisch 31-07-2005 Historisch 01-07-2005 Historisch 01-12-2004 Historisch 01-06-2003 Historisch 01-07-2002 Historisch 01-11-2000 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-12-2004

Tekst van deze versie

  1. Een vergunning wordt door de burgemeester ingetrokken, indien:

    1. de te harer verkrijging verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvrage een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;

    2. niet langer wordt voldaan aan de ingevolgebij deof krachtens artikelen 8 en 10 geldende eisen;
    3. zich in de betrokken inrichting feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven der vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid;

    4. de vergunninghouder in hetde in artikelde artikelen 30 en 30a, eerste lid, bedoelde gevalgevallen geen melding als in datdie artikelartikelen bedoeld heeft gedaan.
  2. Een vergunning kan voortsdoor de burgemeester worden ingetrokken indien:indien de vergunninghouder de bij of krachtens deze wet gestelde regels, dan wel de aan een vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen, niet nakomt.
  3. isEen gehandeldvergunning inkan strijdvoorts metdoor de aanburgemeester deworden vergunningingetrokken, verbonden voorschriften of beperkingen, bedoeld in artikel 4 of artikel 23, derde lid;indien:

    1. eener bijsprake ofis krachtensvan het geval en onder de artikelenvoorwaarden, 2,bedoeld 13in totartikel en3 metvan 17,de 19Wet totbevordering enintegriteitsbeoordelingen met 21, 22, eerste lid, onder b, tot en met 23, tweede lid, of 24 gesteld verbod ofdoor het bijopenbaar bestuur. Voordat daaraan toepassing wordt gegeven, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 29,8 tweedevan lid,voornoemde gesteldwet, gebodom wordteen overtreden;advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd;
    2. heteen reglement bedoeldvergunninghouder in een periode van twee jaar ten minste drie maal op grond van artikel 9,30a, eerste lid, nietom wordtbijschrijving nageleefd,van ofeen nietpersoon wordt voldaan aanop het gebod,aanhangsel bedoeldbij inde vergunning heeft verzocht en de burgemeester die wijziging van het aanhangsel ten minste driemaal heeft geweigerd op grond van artikel 9,30a, tweedevijfde lid, dat de dagen en tijdstippen waarop bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank wordt verstrekt duidelijk zichtbaar in de horecalokaliteit zijn aangegeven;lid.
  4. erIndien sprakeeen vergunning is vaningetrokken hetomdat gevalis gehandeld in strijd met de voorschriften en onderbeperkingen verbonden aan de voorwaarden,vergunning, bedoeld in artikel 34 vanof 25a, wordt de Wetbevoegdheid bevorderingom integriteitsbeoordelingenaan doorde betrokken rechtspersoon een nieuwe vergunning te verlenen opgeschort tot een jaar nadat het openbaarbesluit bestuur.tot intrekking onherroepelijk is geworden.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Alcoholwet