-
Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2, 3, 9, tweede lid, 12 tot en met 20, vierde lid, 20, zesde lid, 22, 24, 25 of 29, tweede lid.
-
De hoogte van de bestuurlijke boete wordt bepaald op de wijze als voorzien in de bijlage, met dien verstande dat de wegens een afzonderlijke overtreding te betalen geldsom ten hoogste € 100 000 bedraagt.
-
Overtredingen, met uitzondering van overtreding van artikel 9, tweede lid, of artikel 29, tweede lid, kunnen, in afwijking van het eerste lid, niet met een bestuurlijke boete worden afgedaan, indien:
de overtreding een direct gevaar voor de gezondheid of veiligheid van de mens tot gevolg heeft; of
de in de bijlage ter zake van de overtreding voorziene bestuurlijke boete aanmerkelijk wordt overschreden door het met de overtreding behaalde economisch voordeel.
-
De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervalt, indien ter zake van de overtreding op grond waarvan de bestuurlijke boete kan worden opgelegd door burgemeester en wethouders aan de vergunninghouder schriftelijk mededeling is gedaan van het voornemen de vergunning in te trekken, overeenkomstig artikel 31, vierde lid.
Inhoud
Artikel 44a
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-07-2009.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2009.
12-02-2025
Huidig
01-01-2025
Historisch
01-04-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
05-10-2023
Historisch
01-07-2023
Historisch
15-08-2022
Historisch
01-07-2021
Historisch
31-12-2017
Historisch
01-01-2015
Historisch
15-02-2014
Historisch
01-01-2014
Historisch
01-01-2013
Historisch
01-01-2012
Historisch
14-07-2010
Historisch
01-07-2009
Historisch
14-09-2005
Historisch
31-07-2005
Historisch
01-07-2005
Historisch
01-12-2004
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-12-2004
Tekst van deze versie
- TerOnze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van deovertreding invan het bepaalde bij of krachtens de bijlageartikelen omschreven2, overtredingen3, kan9, Onzetweede Ministerlid, een12 boetetot opleggenen aanmet de20, natuurlijkevierde lid, 20, zesde lid, 22, 24, 25 of rechtspersoon29, aantweede wie de overtreding kan worden toegerekend.lid.
- De hoogte van de bestuurlijke boete wordt bepaald op de wijze als voorzien in de bijlage, met dien verstande dat de wegens een afzonderlijke overtreding te betalen geldsom ten hoogste € 100 000 bedraagt.
-
Overtredingen, met uitzondering van overtreding van artikel 9, tweede lid, of artikel 29, tweede lid, kunnen, in afwijking van het eerste lid, niet met een bestuurlijke boete worden afgedaan, indien:
de overtreding een direct gevaar voor de gezondheid of veiligheid van de mens tot gevolg heeft; of
- de in de bijlage ter zake van de overtreding voorziene bestuurlijke boete aanmerkelijk wordt overschreden door het met de overtreding behaalde economisch voordeel.
- OnzeDe Ministerbevoegdheid kantot dehet opleggen van een bestuurlijke boete lagervervalt, stellenindien danter in de bijlage is bepaald, ingeval het bedragzake van de boeteovertreding op grond vanwaarvan bijzonderede omstandighedenbestuurlijke onevenredigboete hoog moetkan worden geacht.opgelegd door burgemeester en wethouders aan de vergunninghouder schriftelijk mededeling is gedaan van het voornemen de vergunning in te trekken, overeenkomstig artikel 31, vierde lid.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.