-
Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2, 3, 9, tweede lid, 12 tot en met 20, vierde lid, 20, zesde lid, 22, 24, 25 of 29, tweede lid.
-
De hoogte van de bestuurlijke boete wordt bepaald op de wijze als voorzien in de bijlage, met dien verstande dat de wegens een afzonderlijke overtreding te betalen geldsom ten hoogste € 100 000 bedraagt.
-
Overtredingen, met uitzondering van overtreding van artikel 9, tweede lid, of artikel 29, tweede lid, kunnen, in afwijking van het eerste lid, niet met een bestuurlijke boete worden afgedaan, indien:
de overtreding een direct gevaar voor de gezondheid of veiligheid van de mens tot gevolg heeft; of
de in de bijlage ter zake van de overtreding voorziene bestuurlijke boete aanmerkelijk wordt overschreden door het met de overtreding behaalde economisch voordeel.
-
De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervalt, indien ter zake van de overtreding op grond waarvan de bestuurlijke boete kan worden opgelegd door burgemeester en wethouders aan de vergunninghouder schriftelijk mededeling is gedaan van het voornemen de vergunning in te trekken, overeenkomstig artikel 31, vierde lid.
Inhoud
Artikel 44a
Tekst van deze versie
-
Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2, 3, 9, tweede lid, 12 tot en met 20, vierde lid, 20, zesde lid, 22, 24, 25 of 29, tweede lid.
-
De hoogte van de bestuurlijke boete wordt bepaald op de wijze als voorzien in de bijlage, met dien verstande dat de wegens een afzonderlijke overtreding te betalen geldsom ten hoogste € 100 000 bedraagt.
-
Overtredingen, met uitzondering van overtreding van artikel 9, tweede lid, of artikel 29, tweede lid, kunnen, in afwijking van het eerste lid, niet met een bestuurlijke boete worden afgedaan, indien:
de overtreding een direct gevaar voor de gezondheid of veiligheid van de mens tot gevolg heeft; of
de in de bijlage ter zake van de overtreding voorziene bestuurlijke boete aanmerkelijk wordt overschreden door het met de overtreding behaalde economisch voordeel.
-
De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervalt, indien ter zake van de overtreding op grond waarvan de bestuurlijke boete kan worden opgelegd door burgemeester en wethouders aan de vergunninghouder schriftelijk mededeling is gedaan van het voornemen de vergunning in te trekken, overeenkomstig artikel 31, vierde lid.
Nog geen automatische verwijzingen.