-
Indien Onze Minister ingevolge artikel 7, negende lid, van de Politiewet 2012, heeft bepaald dat een buitengewoon opsporingsambtenaar bevoegd is tot de uitoefening van bevoegdheden, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid van dat artikel, handelt de desbetreffende buitengewoon opsporingsambtenaar overeenkomstig de artikelen 5, 17, 19, 20 en 21 van dit besluit. In artikel 17, derde lid, wordt voor «de politiechef» gelezen: de meerdere.
-
Indien de aanwijzing mede omvat het gebruik van een wapen, een surveillancehond dan wel handboeien handelt de desbetreffende buitengewoon opsporingsambtenaar mede overeenkomstig de artikelen 4, 7, eerste lid, aanhef en onder a en b, tweede, derde en vierde lid, 8, 9, 10, 10a, 12a, 12b, 12c, 15, eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, 16 respectievelijk 22 en 23 van dit besluit.
-
Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt verstaan onder:
bevoegd gezag: het gezag, bedoeld in artikel 12 van de Politiewet 2012;
de meerdere: de direct toezichthouder, bedoeld in artikel 1 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.
geweldmiddel: de wapens en de uitrusting, waarmee geweld kan worden uitgeoefend, die krachtens artikel 3a, eerste tot en met derde lid van de Wet wapens en munitie zijn toegestaan.
Inhoud
Artikel 37
Tekst van deze versie
-
Indien Onze Minister ingevolge artikel 7, negende lid, van de Politiewet 2012, heeft bepaald dat een buitengewoon opsporingsambtenaar bevoegd is tot de uitoefening van bevoegdheden, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid van dat artikel, handelt de desbetreffende buitengewoon opsporingsambtenaar overeenkomstig de artikelen 5, 17, 19, 20 en 21 van dit besluit. In artikel 17, derde lid, wordt voor «de politiechef» gelezen: de meerdere.
-
Indien de aanwijzing mede omvat het gebruik van een wapen, een surveillancehond dan wel handboeien handelt de desbetreffende buitengewoon opsporingsambtenaar mede overeenkomstig de artikelen 4, 7, eerste lid, aanhef en onder a en b, tweede, derde en vierde lid, 8, 9, 10, 10a, 12a, 12b, 12c, 15, eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, 16 respectievelijk 22 en 23 van dit besluit.
-
Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt verstaan onder:
bevoegd gezag: het gezag, bedoeld in artikel 12 van de Politiewet 2012;
de meerdere: de direct toezichthouder, bedoeld in artikel 1 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.
geweldmiddel: de wapens en de uitrusting, waarmee geweld kan worden uitgeoefend, die krachtens artikel 3a, eerste tot en met derde lid van de Wet wapens en munitie zijn toegestaan.
Nog geen automatische verwijzingen.