Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren

Inhoud

Artikel 6

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2023.
  1. De korpschef of de daartoe door hem aangewezen ambtenaar van politie zet een mobiele eenheid als bedoeld in artikel 26 van het Besluit beheer politie of een aanhoudings- en ondersteuningsteam als bedoeld in artikel 11, onder a, van het Besluit beheer politie slechts in na toestemming van het bevoegd gezag.

  2. De door het bevoegd gezag aangewezen ambtenaar zet de Koninklijke marechaussee of andere onderdelen van de krijgsmacht, bedoeld in de artikelen 57, 58 en 62 van de Politiewet 2012 slechts in na toestemming van het bevoegd gezag.

01-01-2026 Huidig 01-01-2024 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-10-2021 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-01-2020

Tekst van deze versie

  1. De korpschef of de daartoe door hem aangewezen ambtenaar van politie zet een mobiele eenheid als bedoeld in artikel 26 van het Besluit beheer politie of een aanhoudings- en ondersteuningsteam als bedoeld in artikel 11, onder a, van het Besluit beheer politie slechts in na toestemming van het bevoegd gezag.

  2. De door het bevoegd gezag aangewezen ambtenaar zet de eenheden,Koninklijke marechaussee of andere onderdelen van de krijgsmacht, bedoeld in de artikelen 5757, 58 en 5862 van de Politiewet 2012 slechts in na toestemming van het bevoegd gezag.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren