Arbeidstijdenwet

Inhoud

Artikel 5:12

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2020.
  1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot bepaalde arbeid of arbeid onder bepaalde omstandigheden die afwijken van of strekken tot aanvulling van het bij paragraaf 5.2 bepaalde, ten aanzien van:

    1. de rusttijd;

    2. arbeid op zondag;

    3. de arbeidstijd;

    4. de referentieperiode, waarover de gemiddelde arbeidstijd wordt berekend;

    5. de pauze;

    6. arbeid in nachtdienst;

    7. de consignatie.

  2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen, met uitzondering van arbeid verricht door defensiepersoneel, regels worden gesteld die afwijken van, in de plaats komen van of strekken tot aanvulling van het bij paragraaf 5.2 bepaalde, ten aanzien van arbeid verricht door:

    1. personen, werkzaam in of op railvoertuigen of motorrijtuigen;

    2. personen, werkzaam aan boord van luchtvaartuigen, zee- of binnenschepen;

    3. loodsen.

  3. De voordracht van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het tweede lid wordt Ons gedaan door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu en Onze Minister tezamen.

01-07-2025 Huidig 02-08-2022 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is deze tekst gewijzigd in 01-01-2021.

Tekst van deze versie

  1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot bepaalde arbeid of arbeid onder bepaalde omstandigheden die afwijken van of strekken tot aanvulling van het bij paragraaf 5.2 bepaalde, ten aanzien van:

    1. de rusttijd;

    2. arbeid op zondag;

    3. de arbeidstijd;

    4. de referentieperiode, waarover de gemiddelde arbeidstijd wordt berekend;

    5. de pauze;

    6. arbeid in nachtdienst;

    7. de consignatie.

  2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen, met uitzondering van arbeid verricht door defensiepersoneel, regels worden gesteld die afwijken van, in de plaats komen van of strekken tot aanvulling van het bij paragraaf 5.2 bepaalde, ten aanzien van arbeid verricht door:

    1. personen, werkzaam in of op railvoertuigen of motorrijtuigen;

    2. personen, werkzaam aan boord van luchtvaartuigen, zee- of binnenschepen;

    3. loodsen.

  3. De voordracht van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het tweede lid wordt Ons gedaan door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu en Onze Minister tezamen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Arbeidstijdenwet