Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer

Inhoud

Artikel 3

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-07-2017.
  1. De grenswaarden voor de in artikel 2 aangewezen stoffen zijn, indien zij enkelvoudig zijn gebruikt en gemeten in geval van:

    1. amfetamine, methamfetamine, cocaïne, MDMA, MDEA en MDA: 50 microgram amfetamine, methamfetamine, cocaïne, MDMA, MDEA of MDA per liter bloed;

    2. cannabis: 3,0 microgram tetrahydrocannabinol per liter bloed;

    3. heroïne en morfine: 20 microgram morfine per liter bloed;

    4. GHB, gamma butyrolacton of 1,4-butaandiol: 10 milligram GHB per liter bloed.

  2. Indien een van de in artikel 2 aangewezen stoffen is gebruikt en gemeten in combinatie met een of meer andere van deze stoffen, alcohol of met een andere stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, is de grenswaarde voor iedere in het eerste lid genoemde stof en alcohol in geval van:

    1. amfetamine, methamfetamine, MDMA, MDEA of MDA: 25 microgram amfetamine, methamfetamine, MDMA, MDEA of MDA per liter bloed of 50 microgram voor de som van deze amfetamine-achtige stoffen indien een van deze amfetamine-achtige stoffen met een of meer andere van deze amfetamine-achtige stoffen is gebruikt en gemeten;

    2. cannabis: 1,0 microgram tetrahydrocannabinol per liter bloed;

    3. cocaïne, heroïne en morfine: 10 microgram cocaïne of morfine per liter bloed;

    4. GHB, gamma butyrolacton of 1,4-butaandiol: 5,0 milligram GHB per liter bloed;

    5. alcohol: 0,2 milligram ethanol per milliliter bloed.

01-07-2022 Huidig 15-03-2018 Historisch 01-07-2017 Historisch
Voor dit artikel is deze tekst gewijzigd in 01-07-2022.

Tekst van deze versie

  1. De grenswaarden voor de in artikel 2 aangewezen stoffen zijn, indien zij enkelvoudig zijn gebruikt en gemeten in geval van:

    1. amfetamine, methamfetamine, cocaïne, MDMA, MDEA en MDA: 50 microgram amfetamine, methamfetamine, cocaïne, MDMA, MDEA of MDA per liter bloed;

    2. cannabis: 3,0 microgram tetrahydrocannabinol per liter bloed;

    3. heroïne en morfine: 20 microgram morfine per liter bloed;

    4. GHB, gamma butyrolacton of 1,4-butaandiol: 10 milligram GHB per liter bloed.

  2. Indien een van de in artikel 2 aangewezen stoffen is gebruikt en gemeten in combinatie met een of meer andere van deze stoffen, alcohol of met een andere stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, is de grenswaarde voor iedere in het eerste lid genoemde stof en alcohol in geval van:

    1. amfetamine, methamfetamine, MDMA, MDEA of MDA: 25 microgram amfetamine, methamfetamine, MDMA, MDEA of MDA per liter bloed of 50 microgram voor de som van deze amfetamine-achtige stoffen indien een van deze amfetamine-achtige stoffen met een of meer andere van deze amfetamine-achtige stoffen is gebruikt en gemeten;

    2. cannabis: 1,0 microgram tetrahydrocannabinol per liter bloed;

    3. cocaïne, heroïne en morfine: 10 microgram cocaïne of morfine per liter bloed;

    4. GHB, gamma butyrolacton of 1,4-butaandiol: 5,0 milligram GHB per liter bloed;

    5. alcohol: 0,2 milligram ethanol per milliliter bloed.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer