-
De Nederlandsche Bank kan de rechtbank Amsterdam verzoeken ten aanzien van een bank of een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3A:2, onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht het faillissement uit te spreken indien is voldaan aan de voorwaarden bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdelen a en b, van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme. De Nederlandsche Bank deelt in haar verzoek mee dat zij niet voornemens is te besluiten tot de toepassing van een afwikkelingsmaatregel als bedoeld in Afdeling 3A:2.4 van de Wet op het financieel toezicht.
-
Een ander dan De Nederlandsche Bank N.V. kan niet het faillissement van een bank die een door de Europese Centrale Bank of De Nederlandsche Bank N.V. verleende vergunning heeft aanvragen.
-
Een bank die een door de Europese Centrale Bank of De Nederlandsche Bank N.V. verleende vergunning heeft kan aangifte doen van haar eigen faillissement. In dat geval stelt de rechtbank de Europese Centrale Bank of De Nederlandsche Bank N.V., al naar gelang de bevoegdheidsverdeling op grond van de artikelen 4 en 6 van de verordening bankentoezicht, in staat te worden gehoord alvorens te beslissen op de aangifte.
Inhoud
Artikel 212ha
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 15-10-2020.
Deze versie geldt vanaf 15-10-2020.
25-03-2026
Huidig
19-11-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
10-07-2024
Historisch
01-07-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
15-11-2023
Historisch
01-07-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
04-11-2022
Historisch
01-10-2022
Historisch
08-07-2022
Historisch
03-03-2022
Historisch
21-12-2021
Historisch
19-10-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
15-10-2020
Historisch
01-10-2020
Historisch
27-06-2017
Historisch
01-04-2017
Historisch
01-01-2017
Historisch
01-07-2016
Historisch
01-04-2016
Historisch
01-01-2016
Historisch
26-11-2015
Historisch
01-07-2015
Historisch
12-06-2015
Historisch
01-01-2015
Historisch
01-01-2014
Historisch
01-07-2013
Historisch
01-01-2013
Historisch
01-10-2012
Historisch
01-07-2012
Historisch
13-06-2012
Historisch
20-01-2012
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 26-11-2015
Tekst van deze versie
- De Nederlandsche Bank kan de rechtbank Amsterdam verzoeken ten aanzien van een bank of een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3A:2, onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht het faillissement uit te spreken indien is voldaan aan de voorwaarden bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdelen a en b, van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme. De Nederlandsche Bank deelt in haar verzoek mee dat zij niet voornemens is te besluiten tot de toepassing van een afwikkelingsmaatregel als bedoeld in Afdeling 3A:2.4 van de Wet op het financieel toezicht.
-
Een ander dan De Nederlandsche Bank N.V. kan niet het faillissement van een bank die een door de Europese Centrale Bank of De Nederlandsche Bank N.V. verleende vergunning heeft aanvragen.
-
Een bank die een door de Europese Centrale Bank of De Nederlandsche Bank N.V. verleende vergunning heeft kan aangifte doen van haar eigen faillissement. In dat geval stelt de rechtbank de Europese Centrale Bank of De Nederlandsche Bank N.V., al naar gelang de bevoegdheidsverdeling op grond van de artikelen 4 en 6 van de verordening bankentoezicht, in staat te worden gehoord alvorens te beslissen op de aangifte.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.