Faillissementswet

Inhoud

Artikel 213p

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 27-06-2017.
  1. De beslissing tot opening van een liquidatieprocedure laat onverlet het goederenrechtelijke recht van een schuldeiser of een derde op een goed of goederen, zowel bepaalde goederen als gehelen met een wisselende samenstelling van onbepaalde goederen, die toebehoren aan de verzekeraar en die zich op het tijdstip waarop de beslissing tot opening van de liquidatieprocedure rechtsgevolgen heeft, bevinden op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst.

  2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder goederenrechtelijk recht in ieder geval verstaan:

    1. het recht een goed te gelde te maken of te laten maken en te worden voldaan uit de opbrengst van of de inkomsten uit het goed, in het bijzonder op grond van een recht van pand of recht van hypotheek;

    2. het uitsluitende recht een vordering te innen, in het bijzonder op grond van een pandrecht op de vordering of op grond van een cessie tot zekerheid van de vordering;

    3. het recht om een goed van een ieder die het zonder recht houdt op te eisen, van dat goed afgifte te verlangen of van dat goed een ongestoord genot te verlangen;

    4. het goederenrechtelijke recht om van een goed de vruchten te trekken.

  3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt met een goederenrechtelijk recht gelijk gesteld het in een openbaar register ingeschreven recht tot verkrijging van een goederenrechtelijk recht als bedoeld in het eerste lid, dat aan derden kan worden tegengeworpen.

  4. Voor de toepassing van dit artikel is de lidstaat waar een goed zich bevindt:

    1. met betrekking tot registergoederen en rechten op registergoederen: de lidstaat onder het gezag waarvan het desbetreffende register wordt gehouden;

    2. met betrekking tot zaken, voorzover niet vallend onder onderdeel a: de lidstaat op het grondgebied waarvan de zaak zich bevindt;

    3. met betrekking tot schuldvorderingen, de lidstaat op het grondgebied waarvan de derde-schuldenaar zijn statutaire zetel heeft.

25-03-2026 Huidig 19-11-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 10-07-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 15-11-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 04-11-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 08-07-2022 Historisch 03-03-2022 Historisch 21-12-2021 Historisch 19-10-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 15-10-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 27-06-2017 Historisch 01-04-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 01-07-2016 Historisch 01-04-2016 Historisch 01-01-2016 Historisch 26-11-2015 Historisch 01-07-2015 Historisch 12-06-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-07-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-10-2012 Historisch 01-07-2012 Historisch 13-06-2012 Historisch 20-01-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 01-07-2011 Historisch 11-05-2011 Historisch 30-04-2011 Historisch 01-01-2011 Historisch 01-04-2009 Historisch 16-03-2009 Historisch 01-01-2009 Historisch 01-09-2008 Historisch 01-05-2008 Historisch 26-03-2008 Historisch 01-01-2008 Historisch 01-01-2007 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2007.

Tekst van deze versie

  1. De beslissing tot opening van een liquidatieprocedure laat onverlet het goederenrechtelijke recht van een schuldeiser of een derde op een goed of goederen, zowel bepaalde goederen als gehelen met een wisselende samenstelling van onbepaalde goederen, die toebehoren aan de verzekeraar en die zich op het tijdstip waarop de beslissing tot opening van de liquidatieprocedure rechtsgevolgen heeft, bevinden op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst.

  2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder goederenrechtelijk recht in ieder geval verstaan:

    1. het recht een goed te gelde te maken of te laten maken en te worden voldaan uit de opbrengst van of de inkomsten uit het goed, in het bijzonder op grond van een recht van pand of recht van hypotheek;

    2. het uitsluitende recht een vordering te innen, in het bijzonder op grond van een pandrecht op de vordering of op grond van een cessie tot zekerheid van de vordering;

    3. het recht om een goed van een ieder die het zonder recht houdt op te eisen, van dat goed afgifte te verlangen of van dat goed een ongestoord genot te verlangen;

    4. het goederenrechtelijke recht om van een goed de vruchten te trekken.

  3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt met een goederenrechtelijk recht gelijk gesteld het in een openbaar register ingeschreven recht tot verkrijging van een goederenrechtelijk recht als bedoeld in het eerste lid, dat aan derden kan worden tegengeworpen.

  4. Voor de toepassing van dit artikel is de lidstaat waar een goed zich bevindt:

    1. met betrekking tot registergoederen en rechten op registergoederen: de lidstaat onder het gezag waarvan het desbetreffende register wordt gehouden;

    2. met betrekking tot zaken, voorzover niet vallend onder onderdeel a: de lidstaat op het grondgebied waarvan de zaak zich bevindt;

    3. met betrekking tot schuldvorderingen, de lidstaat op het grondgebied waarvan de derde-schuldenaar zijn statutaire zetel heeft.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Faillissementswet