-
Ten bepaalden dage hoort de rechtbank in raadkamer de schuldenaar, de rechter-commissaris zo die is benoemd, de bewindvoerders en de in persoon bij schriftelijk gemachtigde of bij procureur opgekomen schuldeisers. Iedere schuldeischer is bevoegd om, zelfs zonder opgeroepen te zijn, op te komen.
-
De rechtbank kan den schuldenaar definitief surséance verleenen, tenzij zich daartegen verklaren hetzij houders van meer dan één vierde van het bedrag der ter vergadering vertegenwoordigde, in artikel 233 bedoelde, schuldvorderingen, hetzij meer dan één derde der houders van zoodanige vorderingen.
-
Over de toelating tot de stemming beslist, bij verschil, de rechtbank.
-
Surséance kan nimmer definitief worden verleend, indien er gegronde vrees bestaat, dat de schuldenaar zal trachten de schuldeischers tijdens de surséance te benadeelen of het vooruitzicht niet bestaat, dat hij na verloop van tijd zijne schuldeischers zal kunnen bevredigen.
-
De rechtbank, het verzoek afwijzende, kan bij dezelfde beschikking den schuldenaar in staat van faillissement verklaren. Wordt het faillissement niet uitgesproken, dan blijft de voorloopig verleende surséance gehandhaafd tot de beschikking der rechtbank in kracht van gewijsde is gegaan.
-
Indien eene aanvrage tot faillietverklaring en een verzoek tot surséance gelijktijdig aanhangig zijn, komt eerst het laatste in behandeling.
-
De beschikking op het verzoek is met redenen omkleed en wordt uitgesproken ter openbare terechtzitting.
Inhoud
Artikel 218
Tekst van deze versie
-
Ten bepaalden dage hoort de rechtbank in raadkamer de schuldenaar, de rechter-commissaris zo die is benoemd, de bewindvoerders en de in persoon bij schriftelijk gemachtigde of bij procureur opgekomen schuldeisers. Iedere schuldeischer is bevoegd om, zelfs zonder opgeroepen te zijn, op te komen.
-
De rechtbank kan den schuldenaar definitief surséance verleenen, tenzij zich daartegen verklaren hetzij houders van meer dan één vierde van het bedrag der ter vergadering vertegenwoordigde, in artikel 233 bedoelde, schuldvorderingen, hetzij meer dan één derde der houders van zoodanige vorderingen.
-
Over de toelating tot de stemming beslist, bij verschil, de rechtbank.
-
Surséance kan nimmer definitief worden verleend, indien er gegronde vrees bestaat, dat de schuldenaar zal trachten de schuldeischers tijdens de surséance te benadeelen of het vooruitzicht niet bestaat, dat hij na verloop van tijd zijne schuldeischers zal kunnen bevredigen.
-
De rechtbank, het verzoek afwijzende, kan bij dezelfde beschikking den schuldenaar in staat van faillissement verklaren. Wordt het faillissement niet uitgesproken, dan blijft de voorloopig verleende surséance gehandhaafd tot de beschikking der rechtbank in kracht van gewijsde is gegaan.
-
Indien eene aanvrage tot faillietverklaring en een verzoek tot surséance gelijktijdig aanhangig zijn, komt eerst het laatste in behandeling.
-
De beschikking op het verzoek is met redenen omkleed en wordt uitgesproken ter openbare terechtzitting.
Nog geen automatische verwijzingen.