-
Gedurende de surseance is de schuldenaar onbevoegd enige daad van beheer of beschikking betreffende de boedel te verrichten zonder medewerking, machtiging of bijstand van de bewindvoerders. Indien de schuldenaar in strijd daarmede gehandeld heeft, zijn de bewindvoerders bevoegd alles te doen, wat vereist wordt, om de boedel te dier zake schadeloos te houden.
-
Voor verbintenissen van de schuldenaar, zonder medewerking, machtiging of bijstand van de bewindvoerders na de aanvang der surseance ontstaan, is de boedel niet aansprakelijk, dan voorzover deze tengevolge daarvan is gebaat.
Inhoud
Artikel 228
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-07-2015.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2015.
25-03-2026
Huidig
19-11-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
10-07-2024
Historisch
01-07-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
15-11-2023
Historisch
01-07-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
04-11-2022
Historisch
01-10-2022
Historisch
08-07-2022
Historisch
03-03-2022
Historisch
21-12-2021
Historisch
19-10-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
15-10-2020
Historisch
01-10-2020
Historisch
27-06-2017
Historisch
01-04-2017
Historisch
01-01-2017
Historisch
01-07-2016
Historisch
01-04-2016
Historisch
01-01-2016
Historisch
26-11-2015
Historisch
01-07-2015
Historisch
12-06-2015
Historisch
01-01-2015
Historisch
01-01-2014
Historisch
01-07-2013
Historisch
01-01-2013
Historisch
01-10-2012
Historisch
01-07-2012
Historisch
13-06-2012
Historisch
20-01-2012
Historisch
01-01-2012
Historisch
01-07-2011
Historisch
11-05-2011
Historisch
30-04-2011
Historisch
01-01-2011
Historisch
01-04-2009
Historisch
16-03-2009
Historisch
01-01-2009
Historisch
01-09-2008
Historisch
01-05-2008
Historisch
26-03-2008
Historisch
01-01-2008
Historisch
01-01-2007
Historisch
01-01-2002
Historisch
Tekst van deze versie
-
Gedurende de surseance is de schuldenaar onbevoegd enige daad van beheer of beschikking betreffende de boedel te verrichten zonder medewerking, machtiging of bijstand van de bewindvoerders. Indien de schuldenaar in strijd daarmede gehandeld heeft, zijn de bewindvoerders bevoegd alles te doen, wat vereist wordt, om de boedel te dier zake schadeloos te houden.
-
Voor verbintenissen van de schuldenaar, zonder medewerking, machtiging of bijstand van de bewindvoerders na de aanvang der surseance ontstaan, is de boedel niet aansprakelijk, dan voorzover deze tengevolge daarvan is gebaat.
1 verwijzing(en)
Hoge Raad
|
22-10-2010
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.