Faillissementswet

Inhoud

Artikel 243

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2016.
  1. Gedurende acht dagen na de dag der beschikking heeft, in geval van intrekking der surseance, de schuldenaar, en, ingeval de intrekking der surseance geweigerd is, hij, die het verzoek tot intrekking heeft gedaan, recht van hoger beroep tegen de beschikking der rechtbank.

  2. Het hoger beroep wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof, dat van de zaak moet kennis nemen. De griffier van het gerechtshof geeft van die indiening terstond kennis aan die van de rechtbank.

  3. De voorzitter van het gerechtshof bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling van het verzoekschrift. De griffier roept ten spoedigste hen, die het verzoek tot intrekking hebben gedaan, de schuldenaar en de bewindvoerders bij brieven tegen de bepaalde dag op.

  4. De beschikking van het gerechtshof wordt door de griffier terstond medegedeeld aan die van de rechtbank.

25-03-2026 Huidig 19-11-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 10-07-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 15-11-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 04-11-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 08-07-2022 Historisch 03-03-2022 Historisch 21-12-2021 Historisch 19-10-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 15-10-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 27-06-2017 Historisch 01-04-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 01-07-2016 Historisch 01-04-2016 Historisch 01-01-2016 Historisch 26-11-2015 Historisch 01-07-2015 Historisch 12-06-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-07-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-10-2012 Historisch 01-07-2012 Historisch 13-06-2012 Historisch 20-01-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 01-07-2011 Historisch 11-05-2011 Historisch 30-04-2011 Historisch 01-01-2011 Historisch 01-04-2009 Historisch 16-03-2009 Historisch 01-01-2009 Historisch 01-09-2008 Historisch 01-05-2008 Historisch 26-03-2008 Historisch 01-01-2008 Historisch 01-01-2007 Historisch 01-01-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2007.

Tekst van deze versie

  1. Gedurende acht dagen na de dag der beschikking heeft, in geval van intrekking der surseance, de schuldenaar, en, ingeval de intrekking der surseance geweigerd is, hij, die het verzoek tot intrekking heeft gedaan, recht van hoger beroep tegen de beschikking der rechtbank.

  2. Het hoger beroep wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof, dat van de zaak moet kennis nemen. De griffier van het gerechtshof geeft van die indiening terstond kennis aan die van de rechtbank.

  3. De voorzitter van het gerechtshof bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling van het verzoekschrift. De griffier roept ten spoedigste hen, die het verzoek tot intrekking hebben gedaan, de schuldenaar en de bewindvoerders bij brieven tegen de bepaalde dag op.

  4. De beschikking van het gerechtshof wordt door de griffier terstond medegedeeld aan die van de rechtbank.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Faillissementswet