-
Indien de faillietverklaring wordt uitgesproken ingevolge een der bepalingen van deze titel of wel binnen één maand na het einde der surseance, gelden de volgende regelen:
- 1°
het tijdstip, waarop de termijnen vermeld in de artikelen 43 en 45 van deze wet en in de artikelen 138, zesde lid, en 248, zesde lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek aanvangen, wordt berekend van de aanvang der surseance af;
- 2°
de curator oefent de bevoegdheid uit, in het eerste lid van artikel 228 aan de bewindvoerders toegekend;
- 3°
handelingen, door de schuldenaar met medewerking, machtiging of bijstand van de bewindvoerders verricht, worden beschouwd als handelingen van de curator en boedelschulden, gedurende de surseance ontstaan, zullen ook in het faillissement als boedelschulden gelden;
- 4°
de boedel is niet aansprakelijk voor verbintenissen van de schuldenaar, zonder medewerking, machtiging of bijstand van de bewindvoerders gedurende de surseance ontstaan, dan voorzover deze ten gevolge daarvan gebaat is.
- 1°
-
Is opnieuw surseance verzocht, binnen een maand na afloop van een vroeger verleende, dan geldt hetgeen in het eerste lid is bepaald mede voor het tijdvak der eerstvolgende surseance.
Inhoud
Artikel 249
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-01-2007.
Deze versie geldt vanaf 01-01-2007.
25-03-2026
Huidig
19-11-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
10-07-2024
Historisch
01-07-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
15-11-2023
Historisch
01-07-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
04-11-2022
Historisch
01-10-2022
Historisch
08-07-2022
Historisch
03-03-2022
Historisch
21-12-2021
Historisch
19-10-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
15-10-2020
Historisch
01-10-2020
Historisch
27-06-2017
Historisch
01-04-2017
Historisch
01-01-2017
Historisch
01-07-2016
Historisch
01-04-2016
Historisch
01-01-2016
Historisch
26-11-2015
Historisch
01-07-2015
Historisch
12-06-2015
Historisch
01-01-2015
Historisch
01-01-2014
Historisch
01-07-2013
Historisch
01-01-2013
Historisch
01-10-2012
Historisch
01-07-2012
Historisch
13-06-2012
Historisch
20-01-2012
Historisch
01-01-2012
Historisch
01-07-2011
Historisch
11-05-2011
Historisch
30-04-2011
Historisch
01-01-2011
Historisch
01-04-2009
Historisch
16-03-2009
Historisch
01-01-2009
Historisch
01-09-2008
Historisch
01-05-2008
Historisch
26-03-2008
Historisch
01-01-2008
Historisch
01-01-2007
Historisch
01-01-2002
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-01-2002
Tekst van deze versie
-
Indien de faillietverklaring wordt uitgesproken ingevolge eeneeen der bepalingen van dezendeze titel of wel binnen ééneéén maand na het einde der surséance,surseance, gelden de volgende regelen:
- 1°het tijdstip, waarop de termijnen vermeld in de artikelen 43 en 45 van deze wet en in de artikelen 138, zesde lid, en 248, zesde lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek aanvangen, wordt berekend van de aanvang der surséancesurseance af;
- 2°
de curator oefent de bevoegdheid uit, in het eerste lid van artikel 228 aan de bewindvoerders toegekend;
- 3°handelingen, door dende schuldenaar met medewerking, machtiging of bijstand van de bewindvoerders verricht, worden beschouwd als handelingen van dende curator en boedelschulden, gedurende de surséancesurseance ontstaan, zullen ook in het faillissement als boedelschulden gelden;
- 4°de boedel is niet aansprakelijk voor verbintenissen van dende schuldenaar, zonder medewerking, machtiging of bijstand van de bewindvoerders gedurende de surséancesurseance ontstaan, dan voor zooverrevoorzover deze ten gevolge daarvan gebaat is.
- Is opnieuw surséancesurseance verzocht, binnen eeneeen maand na afloop van eeneeen vroeger verleende, dan geldt hetgeen in het eerste lid is bepaald mede voor het tijdvak der eerstvolgende surséance.surseance.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.