-
Indien het ontwerp van akkoord tegelijk met het verzoekschrift tot verlening van surseance ter griffie is nedergelegd, kan de rechtbank, de rechter-commissaris en bewindvoerders gehoord, gelasten, dat de in artikel 218 bedoelde behandeling van het verzoek niet zal plaats hebben, in welk geval zij tevens zal vaststellen:
- 1°
de dag, waarop uiterlijk de schuldvorderingen, ten aanzien waarvan de surseance werkt, bij de bewindvoerders moeten worden ingediend;
- 2°
dag en uur, waarop over het aangeboden akkoord ten overstaan van de rechter-commissaris zal worden geraadpleegd en beslist.
- 1°
-
Tussen de dagen, onder 1°. en 2°. vermeld, moeten ten minste veertien dagen verlopen.
-
Indien de rechtbank van deze bevoegdheid geen gebruik maakt of het ontwerp van akkoord niet tegelijk met het verzoekschrift tot het verlenen van surseance ter griffie is nedergelegd, zal de rechtbank, de rechter-commissaris en bewindvoerders gehoord, de dagen en uren, in het eerste lid bedoeld, vaststellen zodra de beschikking, waarbij de surseance definitief is verleend, kracht van gewijsde heeft verkregen of, indien het ontwerp van akkoord eerst daarna ter griffie is nedergelegd, dadelijk na die nederlegging.
Inhoud
Artikel 255
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-01-2023.
Deze versie geldt vanaf 01-01-2023.
25-03-2026
Huidig
19-11-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
10-07-2024
Historisch
01-07-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
15-11-2023
Historisch
01-07-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
04-11-2022
Historisch
01-10-2022
Historisch
08-07-2022
Historisch
03-03-2022
Historisch
21-12-2021
Historisch
19-10-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
15-10-2020
Historisch
01-10-2020
Historisch
27-06-2017
Historisch
01-04-2017
Historisch
01-01-2017
Historisch
01-07-2016
Historisch
01-04-2016
Historisch
01-01-2016
Historisch
26-11-2015
Historisch
01-07-2015
Historisch
12-06-2015
Historisch
01-01-2015
Historisch
01-01-2014
Historisch
01-07-2013
Historisch
01-01-2013
Historisch
01-10-2012
Historisch
01-07-2012
Historisch
13-06-2012
Historisch
20-01-2012
Historisch
01-01-2012
Historisch
01-07-2011
Historisch
11-05-2011
Historisch
30-04-2011
Historisch
01-01-2011
Historisch
01-04-2009
Historisch
16-03-2009
Historisch
01-01-2009
Historisch
01-09-2008
Historisch
01-05-2008
Historisch
26-03-2008
Historisch
01-01-2008
Historisch
01-01-2007
Historisch
01-01-2002
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-01-2007
Tekst van deze versie
-
Indien het ontwerp van akkoord tegelijk met het verzoekschrift tot verlening van surseance ter griffie is nedergelegd, kan de rechtbank, de rechter-commissaris zo die is benoemd en bewindvoerders gehoord, gelasten, dat de in artikel 218 bedoelde behandeling van het verzoek niet zal plaats hebben, in welk geval zij tevens zal vaststellen:
- 1°
de dag, waarop uiterlijk de schuldvorderingen, ten aanzien waarvan de surseance werkt, bij de bewindvoerders moeten worden ingediend;
- 2°dag en uur, waarop over het aangeboden akkoord ten overstaan van de rechter-commissaris of, bij gebreke van dien, in raadkamer zal worden geraadpleegd en beslist.
- 1°
-
Tussen de dagen, onder 1°. en 2°. vermeld, moeten ten minste veertien dagen verlopen.
- Indien de rechtbank van deze bevoegdheid geen gebruik maakt of het ontwerp van akkoord niet tegelijk met het verzoekschrift tot het verlenen van surseance ter griffie is nedergelegd, zal de rechtbankrechtbank, de rechter-commissaris zo die is benoemd en,en bewindvoerders gehoord, de dagen en uren, in het eerste lid bedoeld, vaststellen zodra de beschikking, waarbij de surseance definitief is verleend, kracht van gewijsde heeft verkregen of, indien het ontwerp van akkoord eerst daarna ter griffie is nedergelegd, dadelijk na die nederlegging.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.