-
Het verzoek, bedoeld in artikel 284, eerste lid, wordt slechts toegewezen indien voldoende aannemelijk is:
dat de schuldenaar niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden;
dat de schuldenaar ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest; en
dat de schuldenaar de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.
-
Het verzoek wordt evenwel afgewezen:
indien de schuldsaneringsregeling reeds op de schuldenaar van toepassing is;
indien de poging tot een buitengerechtelijke schuldregeling niet is uitgevoerd door een persoon of instelling als bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Wet op het consumentenkrediet;
indien de schuldenaar schulden heeft welke voortvloeien uit een onherroepelijke veroordeling als bedoeld in artikel 358, vierde lid, ter zake van een of meer misdrijven, welke veroordeling onherroepelijk is geworden binnen vijf jaar vóór de dag van het verzoekschrift, tenzij de rechter aanleiding ziet een langere termijn in acht te nemen; of
indien minder dan tien jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, ten aanzien van de schuldenaar de schuldsaneringsregeling van toepassing is geweest, tenzij deze toepassing is beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder a of b of op grond van artikel 350, derde lid, onder d, om redenen die de schuldenaar niet waren toe te rekenen.
-
Het verzoek kan in afwijking van het eerste lid, onder b, en het tweede lid, onder c, worden toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat de schuldenaar de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden, onder controle heeft gekregen.
-
Het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling kan niet worden geweigerd uitsluitend op grond dat er geen of onvoldoende vooruitzicht bestaat dat schuldeisers algehele of gedeeltelijke betaling op hun vorderingen zullen ontvangen.
-
Indien het verzoek wordt afgewezen, kan de schuldenaar niet ambtshalve in staat van faillissement worden verklaard.
Inhoud
Artikel 288
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-01-2008.
Deze versie geldt vanaf 01-01-2008.
25-03-2026
Huidig
19-11-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
10-07-2024
Historisch
01-07-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
15-11-2023
Historisch
01-07-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
04-11-2022
Historisch
01-10-2022
Historisch
08-07-2022
Historisch
03-03-2022
Historisch
21-12-2021
Historisch
19-10-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
15-10-2020
Historisch
01-10-2020
Historisch
27-06-2017
Historisch
01-04-2017
Historisch
01-01-2017
Historisch
01-07-2016
Historisch
01-04-2016
Historisch
01-01-2016
Historisch
26-11-2015
Historisch
01-07-2015
Historisch
12-06-2015
Historisch
01-01-2015
Historisch
01-01-2014
Historisch
01-07-2013
Historisch
01-01-2013
Historisch
01-10-2012
Historisch
01-07-2012
Historisch
13-06-2012
Historisch
20-01-2012
Historisch
01-01-2012
Historisch
01-07-2011
Historisch
11-05-2011
Historisch
30-04-2011
Historisch
01-01-2011
Historisch
01-04-2009
Historisch
16-03-2009
Historisch
01-01-2009
Historisch
01-09-2008
Historisch
01-05-2008
Historisch
26-03-2008
Historisch
01-01-2008
Historisch
01-01-2007
Historisch
01-01-2002
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-01-2007
Tekst van deze versie
-
Het verzoekverzoek, bedoeld in artikel 284, eerste lid, wordt afgewezen:slechts toegewezen indien voldoende aannemelijk is:
- indiendat de schuldenaar geachtniet wordt tezal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden;
- indien er gegronde vrees bestaat dat de schuldenaar tijdensten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de toepassingvijf vanjaar voorafgaand aan de schuldsaneringsregelingdag zalwaarop trachtenhet zijnverzoekschrift schuldeisersis ingediend, te benadelengoeder oftrouw zijnis uitgeweest; de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren zal nakomen;en
- indiendat de schuldenaar de uit de schuldsaneringsregeling reedsvoortvloeiende opverplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de schuldenaarboedel vante toepassing is.verwerven.
-
Het verzoek kanwordt wordenevenwel afgewezen:
- indien minder dan tien jaar voorafgaande aan de dagschuldsaneringsregeling waaropreeds het verzoekschrift is ingediend,op de schuldenaar ingevolge een bij in kracht van gewijsde gegane uitspraak in staat van faillissement heeft verkeerd of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling van toepassing is geweest;is;
- indien aannemelijkde poging tot een buitengerechtelijke schuldregeling niet is datuitgevoerd door een persoon of instelling als bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de schuldenaarWet ten aanzien vanop het ontstaan of onbetaald laten van schulden niet te goeder trouw is geweest.consumentenkrediet;
- indien de schuldenaar schulden heeft welke voortvloeien uit een onherroepelijke veroordeling als bedoeld in artikel 358, vierde lid, ter zake van een of meer misdrijven, welke veroordeling onherroepelijk is geworden binnen vijf jaar vóór de dag van het verzoekschrift, tenzij de rechter aanleiding ziet een langere termijn in acht te nemen; of
- indien minder dan tien jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, ten aanzien van de schuldenaar de schuldsaneringsregeling van toepassing is geweest, tenzij deze toepassing is beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder a of b of op grond van artikel 350, derde lid, onder d, om redenen die de schuldenaar niet waren toe te rekenen.
- Het verzoek kan in afwijking van het eerste lid, onder b, en het tweede lid, onder c, worden toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat de schuldenaar de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden, onder controle heeft gekregen.
-
Het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling kan niet worden geweigerd uitsluitend op grond dat er geen of onvoldoende vooruitzicht bestaat dat schuldeisers algehele of gedeeltelijke betaling op hun vorderingen zullen ontvangen.
-
Indien het verzoek wordt afgewezen, kan de schuldenaar niet ambtshalve in staat van faillissement worden verklaard.
32 verwijzing(en)
Hoge Raad
|
09-12-2016
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
20-11-2015
|
14-08-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
13-03-2015
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
22-02-2013
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
14-12-2012
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
06-01-2012
|
21-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
22-04-2011
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
28-01-2011
|
21-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
12-11-2010
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
05-11-2010
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
05-11-2010
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
01-10-2010
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
10-09-2010
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
10-09-2010
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
18-06-2010
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
18-06-2010
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
07-05-2010
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
23-04-2010
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
23-04-2010
|
21-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
16-04-2010
|
29-08-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
26-03-2010
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
05-02-2010
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
08-01-2010
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
30-10-2009
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
23-10-2009
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
26-06-2009
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
12-06-2009
|
18-02-2026
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
03-04-2009
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
27-03-2009
|
21-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
27-02-2009
|
21-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
13-02-2009
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
18-01-2008
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.