-
De rechtbank kan de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigen op voordracht van de rechter-commissaris of op verzoek van de bewindvoerder, van de schuldenaar dan wel van een of meer schuldeisers. Zij kan zulks ook ambtshalve doen.
-
Alvorens te beslissen roept de rechtbank de schuldenaar op ten einde door haar te worden gehoord. Tevens kan zij schuldeisers daartoe oproepen.
-
Een beëindiging bedoeld in het eerste lid kan geschieden indien:
de vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, zijn voldaan;
de schuldenaar in staat is zijn betalingen te hervatten;
de schuldenaar een of meer van zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomt;
de schuldenaar bovenmatige schulden doet of laat ontstaan;
de schuldenaar tracht zijn schuldeisers te benadelen.
-
De uitspraak geschiedt bij vonnis. De toepassing van de schuldsaneringsregeling vervalt pas met ingang van de dag waarop de uitspraak tot de beëindiging in kracht van gewijsde is gegaan.
-
Indien de beëindiging geschiedt op grond van het bepaalde in het derde lid, onder c, d of e, verkeert de schuldenaar van rechtswege in staat van faillissement zodra de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. De rechtbank benoemt terstond een rechter-commissaris en een curator.
-
Van de beëindiging wordt door de bewindvoerder aankondiging gedaan in de Staatscourant en in de door de rechter-commissaris ingevolge artikel 293 aangewezen nieuwsbladen of, indien het vijfde lid toepassing vindt, door de curator in de publicatie bedoeld in artikel 14, derde lid.
Inhoud
Artikel 350
Tekst van deze versie
-
De rechtbank kan de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigen op voordracht van de rechter-commissaris of op verzoek van de bewindvoerder, van de schuldenaar dan wel van een of meer schuldeisers. Zij kan zulks ook ambtshalve doen.
-
Alvorens te beslissen roept de rechtbank de schuldenaar op ten einde door haar te worden gehoord. Tevens kan zij schuldeisers daartoe oproepen.
-
Een beëindiging bedoeld in het eerste lid kan geschieden indien:
de vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, zijn voldaan;
de schuldenaar in staat is zijn betalingen te hervatten;
de schuldenaar een of meer van zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomt;
de schuldenaar bovenmatige schulden doet of laat ontstaan;
de schuldenaar tracht zijn schuldeisers te benadelen.
-
De uitspraak geschiedt bij vonnis. De toepassing van de schuldsaneringsregeling vervalt pas met ingang van de dag waarop de uitspraak tot de beëindiging in kracht van gewijsde is gegaan.
-
Indien de beëindiging geschiedt op grond van het bepaalde in het derde lid, onder c, d of e, verkeert de schuldenaar van rechtswege in staat van faillissement zodra de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. De rechtbank benoemt terstond een rechter-commissaris en een curator.
-
Van de beëindiging wordt door de bewindvoerder aankondiging gedaan in de Staatscourant en in de door de rechter-commissaris ingevolge artikel 293 aangewezen nieuwsbladen of, indien het vijfde lid toepassing vindt, door de curator in de publicatie bedoeld in artikel 14, derde lid.