Faillissementswet

Inhoud

Artikel 354

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2002.
  1. Op de dag van de terechtzitting, of anders uiterlijk op de achtste dag daarna, doet de rechtbank bij vonnis uitspraak of de schuldenaar in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten en, indien er sprake is van een tekortkoming, of deze aan de schuldenaar kan worden toegerekend.

  2. Ingeval van een toerekenbare tekortkoming, kan de rechter daarbij bepalen dat de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, buiten beschouwing blijft.

  3. Indien de terechtzitting is bepaald ingevolge artikel 352, tweede lid, beëindigt de rechtbank de schuldsanering slechts indien redelijkerwijs niet de verwachting bestaat dat de schuldenaar geheel of gedeeltelijk aan zijn verplichtingen kan voldoen en van omstandigheden als bedoeld in artikel 350, derde lid onderdeel c, d of e niet is gebleken. De rechtbank kan een of meer keren haar beslissing aanhouden, hetzij voor nader onderzoek, hetzij indien uit het verslag van de bewindvoerder blijkt dat de schuldenaar op een later tijdstip geheel of gedeeltelijk aan zijn verplichtingen zal kunnen voldoen. De rechtbank bepaalt de dag waarop de schuldsaneringsregeling eindigt met inachtneming van de termijn, bedoeld in artikel 343, tweede lid.

  4. Indien de rechtbank de voordracht of het verzoek om beëindiging van de schuldsaneringsregeling afwijst, en geen toepassing geeft aan artikel 350, vijfde lid, bepaalt de rechtbank alsnog een verificatievergadering. Tussen de uitspraak en de verificatievergadering moeten ten minste veertien dagen verlopen.

25-03-2026 Huidig 19-11-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 10-07-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 15-11-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 04-11-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 08-07-2022 Historisch 03-03-2022 Historisch 21-12-2021 Historisch 19-10-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 15-10-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 27-06-2017 Historisch 01-04-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 01-07-2016 Historisch 01-04-2016 Historisch 01-01-2016 Historisch 26-11-2015 Historisch 01-07-2015 Historisch 12-06-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-07-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-10-2012 Historisch 01-07-2012 Historisch 13-06-2012 Historisch 20-01-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 01-07-2011 Historisch 11-05-2011 Historisch 30-04-2011 Historisch 01-01-2011 Historisch 01-04-2009 Historisch 16-03-2009 Historisch 01-01-2009 Historisch 01-09-2008 Historisch 01-05-2008 Historisch 26-03-2008 Historisch 01-01-2008 Historisch 01-01-2007 Historisch 01-01-2002 Historisch
Voor dit artikel is deze tekst gewijzigd in 01-01-2008.

Tekst van deze versie

  1. Op de dag van de terechtzitting, of anders uiterlijk op de achtste dag daarna, doet de rechtbank bij vonnis uitspraak of de schuldenaar in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten en, indien er sprake is van een tekortkoming, of deze aan de schuldenaar kan worden toegerekend.

  2. Ingeval van een toerekenbare tekortkoming, kan de rechter daarbij bepalen dat de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, buiten beschouwing blijft.

  3. Indien de terechtzitting is bepaald ingevolge artikel 352, tweede lid, beëindigt de rechtbank de schuldsanering slechts indien redelijkerwijs niet de verwachting bestaat dat de schuldenaar geheel of gedeeltelijk aan zijn verplichtingen kan voldoen en van omstandigheden als bedoeld in artikel 350, derde lid onderdeel c, d of e niet is gebleken. De rechtbank kan een of meer keren haar beslissing aanhouden, hetzij voor nader onderzoek, hetzij indien uit het verslag van de bewindvoerder blijkt dat de schuldenaar op een later tijdstip geheel of gedeeltelijk aan zijn verplichtingen zal kunnen voldoen. De rechtbank bepaalt de dag waarop de schuldsaneringsregeling eindigt met inachtneming van de termijn, bedoeld in artikel 343, tweede lid.

  4. Indien de rechtbank de voordracht of het verzoek om beëindiging van de schuldsaneringsregeling afwijst, en geen toepassing geeft aan artikel 350, vijfde lid, bepaalt de rechtbank alsnog een verificatievergadering. Tussen de uitspraak en de verificatievergadering moeten ten minste veertien dagen verlopen.

5 verwijzing(en)
Hoge Raad | 17-10-2014 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 14-06-2013 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 29-03-2013 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 28-01-2011 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 11-12-2009 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Faillissementswet