Faillissementswet

Inhoud

Artikel 57

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-07-2012.
  1. Pand- en hypotheekhouders kunnen hun recht uitoefenen, alsof er geen faillissement was.

  2. Bij de verdeling kunnen uit eigen hoofde mede de beperkt gerechtigden opkomen, wier recht vóór de faillietverklaring was gevestigd, maar door de executie door een pand- of hypotheekhouder is vervallen, voor hun recht op schadevergoeding, bedoeld in artikel 282 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

  3. Bij de verdeling van de opbrengst oefent de curator ten behoeve van de boedel mede de rechten uit, die de wet aan beslagleggers op het goed toekent. Hij is gehouden mede de belangen te behartigen van de bevoorrechte schuldeisers die in rang boven de voormelde pand- en hypotheekhouders en beperkt gerechtigden gaan.

  4. Zo een rangregeling nodig is, wordt deze verzocht aan de voorzieningenrechter van de rechtbank waarvan de rechter-commissaris in het faillissement lid is. De verdeling geschiedt ten overstaan van deze rechter-commissaris op de wijze voorgeschreven in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

25-03-2026 Huidig 19-11-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 10-07-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 15-11-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 04-11-2022 Historisch 01-10-2022 Historisch 08-07-2022 Historisch 03-03-2022 Historisch 21-12-2021 Historisch 19-10-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 15-10-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 27-06-2017 Historisch 01-04-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 01-07-2016 Historisch 01-04-2016 Historisch 01-01-2016 Historisch 26-11-2015 Historisch 01-07-2015 Historisch 12-06-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-07-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-10-2012 Historisch 01-07-2012 Historisch 13-06-2012 Historisch 20-01-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 01-07-2011 Historisch 11-05-2011 Historisch 30-04-2011 Historisch 01-01-2011 Historisch 01-04-2009 Historisch 16-03-2009 Historisch 01-01-2009 Historisch 01-09-2008 Historisch 01-05-2008 Historisch 26-03-2008 Historisch 01-01-2008 Historisch 01-01-2007 Historisch 01-01-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2002.

Tekst van deze versie

  1. Pand- en hypotheekhouders kunnen hun recht uitoefenen, alsof er geen faillissement was.

  2. Bij de verdeling kunnen uit eigen hoofde mede de beperkt gerechtigden opkomen, wier recht vóór de faillietverklaring was gevestigd, maar door de executie door een pand- of hypotheekhouder is vervallen, voor hun recht op schadevergoeding, bedoeld in artikel 282 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

  3. Bij de verdeling van de opbrengst oefent de curator ten behoeve van de boedel mede de rechten uit, die de wet aan beslagleggers op het goed toekent. Hij is gehouden mede de belangen te behartigen van de bevoorrechte schuldeisers die in rang boven de voormelde pand- en hypotheekhouders en beperkt gerechtigden gaan.

  4. Zo een rangregeling nodig is, wordt deze verzocht aan de voorzieningenrechter van de rechtbank waarvan de rechter-commissaris in het faillissement lid is. De verdeling geschiedt ten overstaan van deze rechter-commissaris op de wijze voorgeschreven in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

5 verwijzing(en)
Hoge Raad | 10-06-2016 | 16-07-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 15-04-2016 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 25-02-2011 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 30-10-2009 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 13-03-2009 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Faillissementswet