Overleveringswet

Inhoud

Artikel 34

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-10-2024.
  1. De voortgezette vrijheidsbeneming kan telkens worden verlengd met ten hoogste dertig dagen indien:

    1. ook de uitlevering is gevraagd of de overlevering door het Internationaal Strafhof of een ander internationaal tribunaal, en Onze Minister nog niet op die verzoeken heeft beslist;

    2. de overlevering wel is toegestaan, maar de feitelijke overlevering niet binnen de gestelde termijn heeft kunnen plaatshebben en voor zover artikel 35, tweede of derde lid, of artikel 36, eerste lid, daartoe noodzaakt.

  2. De opgeëiste persoon wordt in de gelegenheid gesteld op de vordering tot verlenging te worden gehoord.

01-07-2025 Huidig 01-10-2024 Historisch 07-05-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 01-01-2020 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-01-2020

Tekst van deze versie

  1. VerlengingDe van devoortgezette vrijheidsbeneming als bedoeld in artikel 33, onderdeel b, kan voortelkens worden verlengd met ten hoogste tiendertig dagen geschieden.indien:

    1. ook de uitlevering is gevraagd of de overlevering door het Internationaal Strafhof of een ander internationaal tribunaal, en Onze Minister nog niet op die verzoeken heeft beslist;

    2. de overlevering wel is toegestaan, maar de feitelijke overlevering niet binnen de gestelde termijn heeft kunnen plaatshebben.plaatshebben en voor zover artikel 35, tweede of derde lid, of artikel 36, eerste lid, daartoe noodzaakt.
  2. De opgeëiste persoon wordt in de gelegenheid gesteld op de vordering tot verlenging te worden gehoord.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Overleveringswet