Overleveringswet

Inhoud

Artikel 41

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-04-2021.
  1. Indien de rechtbank overeenkomstig artikel 40 heeft beslist dat de opgeëiste persoon ter beschikking zal worden gesteld van de uitvaardigende justitiële autoriteit van de andere lidstaat, blijft artikel 23, tweede lid, buiten toepassing.

  2. Is de in artikel 23, tweede lid, bedoelde vordering reeds bij de rechtbank ingediend, dan wordt deze onverwijld ingetrokken. De griffier van de rechtbank stelt alsdan het Europees aanhoudingsbevel, met de daarbij behorende stukken, weer in handen van de officier van justitie.

  3. Van het intrekken van de vordering geeft de officier van justitie kennis aan de opgeëiste persoon.

01-07-2025 Huidig 01-10-2024 Historisch 07-05-2021 Historisch 01-04-2021 Historisch 01-01-2020 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-01-2020

Tekst van deze versie

  1. Indien de officier van justitierechtbank overeenkomstig artikel 40 heeft beslist dat de opgeëiste persoon ter beschikking zal worden gesteld van de uitvaardigende justitiële autoriteit van de andere lidstaat, blijft artikel 23, tweede lid, buiten toepassing.
  2. Is de in artikel 23, tweede lid, bedoelde vordering reeds bij de rechtbank ingediend, dan wordt deze onverwijld ingetrokken. De griffier van de rechtbank stelt alsdan het Europees aanhoudingsbevel, met de daarbij behorende stukken, weer in handen van de officier van justitie.

  3. Van het intrekken van de vordering geeft de officier van justitie kennis aan de opgeëiste persoon.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Overleveringswet