Participatiewet

Inhoud

Artikel 10g

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-07-2019.
  1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft tot taak personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, met een auditieve beperking te ondersteunen bij de arbeidsinschakeling door middel van het bekostigen van tolkvoorzieningen.

  2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan op aanvraag van personen als bedoeld in het eerste lid of de gemeente een tolkvoorziening toekennen en voor die personen bekostigen.

  3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels gesteld worden over:

    1. de omvang en de inhoud van de aanspraak, bedoeld in het tweede lid;

    2. de voorwaarden waaronder de tolkvoorzieningen worden verleend;

    3. de kwaliteitseisen van tolken.

  4. Op het bekostigen van de tolkvoorziening is titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. De artikelen 3:18, 3:33, 3:40, 3:45, 3:56, 3:57, 3:58, 3:60, 3:62 en 3:74 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten zijn van overeenkomstige toepassing op tolkvoorzieningen.

  5. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de toekenning, bedoeld in het tweede lid weigeren, indien:

    1. het na een eerdere herziening, intrekking of weigering van een toekenning op grond van het vierde lid heeft vastgesteld dat:

      1. de persoon, bedoeld in het tweede lid, onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid,

      2. de persoon niet voldoet aan de aan de tolkvoorziening verbonden voorwaarden, of

      3. de persoon de tolkvoorzieningen niet of voor een ander doel gebruikt;

    2. de persoon, bedoeld in het tweede lid, aanspraak kan maken op tolkvoorzieningen die zijn getroffen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de Wet overige OCW-subsidies, en de aanvraag ondersteuning op grond van die wetten betreft.

  6. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de vergoeding van de tolk.

01-07-2026 Huidig 03-04-2026 Historisch 04-02-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 07-10-2023 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 26-08-2022 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-04-2022 Historisch 15-03-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 21-12-2021 Historisch 15-11-2021 Historisch 01-10-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 17-12-2020 Historisch 01-11-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-04-2020 Historisch 01-03-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 18-12-2019 Historisch 01-07-2019 Historisch
Voor dit artikel is deze tekst gewijzigd in 18-12-2019.

Tekst van deze versie

  1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft tot taak personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, met een auditieve beperking te ondersteunen bij de arbeidsinschakeling door middel van het bekostigen van tolkvoorzieningen.

  2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan op aanvraag van personen als bedoeld in het eerste lid of de gemeente een tolkvoorziening toekennen en voor die personen bekostigen.

  3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels gesteld worden over:

    1. de omvang en de inhoud van de aanspraak, bedoeld in het tweede lid;

    2. de voorwaarden waaronder de tolkvoorzieningen worden verleend;

    3. de kwaliteitseisen van tolken.

  4. Op het bekostigen van de tolkvoorziening is titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. De artikelen 3:18, 3:33, 3:40, 3:45, 3:56, 3:57, 3:58, 3:60, 3:62 en 3:74 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten zijn van overeenkomstige toepassing op tolkvoorzieningen.

  5. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de toekenning, bedoeld in het tweede lid weigeren, indien:

    1. het na een eerdere herziening, intrekking of weigering van een toekenning op grond van het vierde lid heeft vastgesteld dat:

      1. de persoon, bedoeld in het tweede lid, onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid,

      2. de persoon niet voldoet aan de aan de tolkvoorziening verbonden voorwaarden, of

      3. de persoon de tolkvoorzieningen niet of voor een ander doel gebruikt;

    2. de persoon, bedoeld in het tweede lid, aanspraak kan maken op tolkvoorzieningen die zijn getroffen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de Wet overige OCW-subsidies, en de aanvraag ondersteuning op grond van die wetten betreft.

  6. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de vergoeding van de tolk.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Participatiewet