-
Geen recht op bijstand heeft degene:
aan wie rechtens zijn vrijheid is ontnomen;
die zijn militaire of vervangende dienstplicht vervult;
die wegens werkstaking of uitsluiting niet deelneemt aan de arbeid, voorzover diens gebrek aan middelen daarvan het gevolg is;
die langer dan vier weken per kalenderjaar verblijf houdt buiten Nederland, met dien verstande dat deze periode niet aansluit op een verblijf buiten Nederland in het voorafgaande kalenderjaar;
die jonger is dan 18 jaar;
die bijstand vraagt ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een schuldenlast en die overigens bij het ontstaan van de schuldenlast, dan wel nadien, beschikte of beschikt over de middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien.
-
Geen recht op algemene bijstand heeft degene:
van 18, 19 of 20 jaar die in een inrichting verblijft;
die uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars ontvangt of die gehuwd is met een persoon die een zodanige uitkering ontvangt;
die onbetaald verlof geniet als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Werkloosheidswet of die gehuwd is met een zodanig persoon, voorzover diens gebrek aan middelen daarvan het gevolg is, tenzij de belanghebbende alleenstaande ouder is en hij verlof geniet als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet arbeid en zorg.
-
Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt buiten een penitentiaire inrichting, een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden of een inrichting voor justitiële jeugdbescherming zijnde een landelijke voorziening als bedoeld in artikel 65 van de Wet op de jeugdhulpverlening.
-
In afwijking van het eerste lid, onderdeel d, geldt voor personen van 65 jaar of ouder een periode van 13 weken.
Inhoud
Artikel 13
Tekst van deze versie
-
Geen recht op bijstand heeft degene:
aan wie rechtens zijn vrijheid is ontnomen;
die zijn militaire of vervangende dienstplicht vervult;
die wegens werkstaking of uitsluiting niet deelneemt aan de arbeid, voorzover diens gebrek aan middelen daarvan het gevolg is;
die langer dan vier weken per kalenderjaar verblijf houdt buiten Nederland, met dien verstande dat deze periode niet aansluit op een verblijf buiten Nederland in het voorafgaande kalenderjaar;
die jonger is dan 18 jaar;
die bijstand vraagt ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een schuldenlast en die overigens bij het ontstaan van de schuldenlast, dan wel nadien, beschikte of beschikt over de middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien.
-
Geen recht op algemene bijstand heeft degene:
van 18, 19 of 20 jaar die in een inrichting verblijft;
die uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars ontvangt of die gehuwd is met een persoon die een zodanige uitkering ontvangt;
die onbetaald verlof geniet als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Werkloosheidswet of die gehuwd is met een zodanig persoon, voorzover diens gebrek aan middelen daarvan het gevolg is, tenzij de belanghebbende alleenstaande ouder is en hij verlof geniet als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet arbeid en zorg.
-
Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt buiten een penitentiaire inrichting, een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden of een inrichting voor justitiële jeugdbescherming zijnde een landelijke voorziening als bedoeld in artikel 65 van de Wet op de jeugdhulpverlening.
-
In afwijking van het eerste lid, onderdeel d, geldt voor personen van 65 jaar of ouder een periode van 13 weken.
Nog geen automatische verwijzingen.