Participatiewet

Inhoud

Artikel 34

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 15-04-2005.
  1. Onder vermogen wordt verstaan:

    1. de waarde van de bezittingen waarover de alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, verminderd met de aanwezige schulden. De waarde van de bezittingen wordt vastgesteld op de waarde in het economische verkeer bij vrije oplevering;

    2. middelen die worden ontvangen in de periode waarover algemene bijstand is toegekend, voorzover deze geen inkomen betreffen als bedoeld in de artikelen 32 en 33.

  2. Niet als vermogen wordt in aanmerking genomen:

    1. bezittingen in natura die naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn dan wel, gelet op de omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk zijn;

    2. het bij de aanvang van de bijstand aanwezige vermogen voorzover dit minder bedraagt dan de van toepassing zijnde vermogensgrens, genoemd in het derde lid;

    3. spaargelden opgebouwd tijdens de periode waarin bijstand wordt ontvangen;

    4. het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf, bedoeld in artikel 50, eerste lid, voorzover dit minder bedraagt dan € 42 000,00 per 1 januari 2005: € 43.100,00;

    5. vergoedingen voor immateriële schade als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen l en m;

    6. het tegoed dan wel de verzekerde som, bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel q.

  3. De in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde vermogensgrens is:

    1. voor een alleenstaande: € 4975,00 per 1 januari 2005: € 5.105,00;

    2. voor een alleenstaande ouder: € 9950,00 per 1 januari 2005: € 10.210,00;

    3. voor de gehuwden tezamen: € 9950,00 per 1 januari 2005: € 10.210,00.

  4. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op bezittingen die worden verworven in de periode waarover algemene bijstand is toegekend en op middelen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, met dien verstande dat de van toepassing zijnde vermogensgrens, bedoeld in het derde lid, daarbij wordt verminderd met het vermogen dat:

    1. bij aanvang van de bijstandsverlening niet in aanmerking is genomen op grond van het tweede lid, onderdeel b;

    2. tijdens de bijstandsverlening niet in aanmerking is genomen op grond van dit lid.

01-07-2026 Huidig 03-04-2026 Historisch 04-02-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 07-10-2023 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 26-08-2022 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-04-2022 Historisch 15-03-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 21-12-2021 Historisch 15-11-2021 Historisch 01-10-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 17-12-2020 Historisch 01-11-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-04-2020 Historisch 01-03-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 18-12-2019 Historisch 01-07-2019 Historisch 01-01-2019 Historisch 23-11-2018 Historisch 28-07-2018 Historisch 01-07-2018 Historisch 25-05-2018 Historisch 01-01-2018 Historisch 16-12-2017 Historisch 01-10-2017 Historisch 01-09-2017 Historisch 01-07-2017 Historisch 12-12-2013 Historisch 01-07-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 18-07-2012 Historisch 01-07-2012 Historisch 01-04-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 01-07-2011 Historisch 01-06-2011 Historisch 01-01-2011 Historisch 10-10-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-02-2010 Historisch 01-01-2010 Historisch 01-12-2009 Historisch 01-10-2009 Historisch 01-08-2009 Historisch 28-07-2009 Historisch 08-07-2009 Historisch 01-07-2009 Historisch 01-04-2009 Historisch 25-03-2009 Historisch 01-01-2009 Historisch 01-08-2008 Historisch 18-07-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 27-06-2008 Historisch 13-06-2008 Historisch 28-03-2008 Historisch 01-01-2008 Historisch 03-11-2007 Historisch 01-07-2007 Historisch 01-04-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 13-12-2006 Historisch 11-10-2006 Historisch 01-10-2006 Historisch 01-09-2006 Historisch 29-08-2006 Historisch 01-07-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 29-12-2005 Historisch 01-09-2005 Historisch 15-04-2005 Historisch 09-03-2005 Historisch 01-01-2005 Historisch 23-07-2004 Historisch 01-07-2004 Historisch 01-04-2004 Historisch 01-01-2004 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2005.

Tekst van deze versie

  1. Onder vermogen wordt verstaan:

    1. de waarde van de bezittingen waarover de alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, verminderd met de aanwezige schulden. De waarde van de bezittingen wordt vastgesteld op de waarde in het economische verkeer bij vrije oplevering;

    2. middelen die worden ontvangen in de periode waarover algemene bijstand is toegekend, voorzover deze geen inkomen betreffen als bedoeld in de artikelen 32 en 33.

  2. Niet als vermogen wordt in aanmerking genomen:

    1. bezittingen in natura die naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn dan wel, gelet op de omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk zijn;

    2. het bij de aanvang van de bijstand aanwezige vermogen voorzover dit minder bedraagt dan de van toepassing zijnde vermogensgrens, genoemd in het derde lid;

    3. spaargelden opgebouwd tijdens de periode waarin bijstand wordt ontvangen;

    4. het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf, bedoeld in artikel 50, eerste lid, voorzover dit minder bedraagt dan € 42 000,00 per 1 januari 2005: € 43.100,00;

    5. vergoedingen voor immateriële schade als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen l en m;

    6. het tegoed dan wel de verzekerde som, bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel q.

  3. De in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde vermogensgrens is:

    1. voor een alleenstaande: € 4975,00 per 1 januari 2005: € 5.105,00;

    2. voor een alleenstaande ouder: € 9950,00 per 1 januari 2005: € 10.210,00;

    3. voor de gehuwden tezamen: € 9950,00 per 1 januari 2005: € 10.210,00.

  4. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op bezittingen die worden verworven in de periode waarover algemene bijstand is toegekend en op middelen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, met dien verstande dat de van toepassing zijnde vermogensgrens, bedoeld in het derde lid, daarbij wordt verminderd met het vermogen dat:

    1. bij aanvang van de bijstandsverlening niet in aanmerking is genomen op grond van het tweede lid, onderdeel b;

    2. tijdens de bijstandsverlening niet in aanmerking is genomen op grond van dit lid.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Participatiewet