Participatiewet

Inhoud

Artikel 36a

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 18-07-2012.

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2011/650.

  1. Het college verleent op aanvraag aan de alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet voorzieningen arbeid en zorg alleenstaande ouders, die op grond van artikel 2, van die wet in een kalenderjaar niet in aanmerking komt voor de Vazalo-toeslag, met betrekking tot elke kalendermaand in dat kalenderjaar waarin die alleenstaande ouder inkomsten uit arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven als bedoeld in artikel 8 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers heeft waarvan het maandbedrag ten minste gelijk is aan 1/12 van het in artikel 2, eerste lid, van de Wet voorzieningen arbeid en zorg alleenstaande ouders genoemde bedrag, een arbeidstoeslag alleenstaande ouder tot het bedrag volgens de volgende tabel:

    Bij een inkomen als bedoeld in artikel 32:

  2. De arbeidstoeslag alleenstaande ouder, bedoeld in het eerste lid, wordt verminderd met het bedrag van de middelen dat op grond van artikel 31, tweede lid, onderdelen c en o, over de betreffende kalendermaand niet tot de middelen van belanghebbende is gerekend, alsmede met het bedrag dat op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel j, in het betreffende kalenderjaar niet tot de middelen is gerekend en na afloop van het kalenderjaar vastgesteld en betaald.

  3. De artikelen 40, 46, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, en 54, paragraaf 6.4 en 6.5, alsmede artikel 63 zijn van overeenkomstige toepassing.

  4. De in het eerste lid in de tabel genoemde bedragen worden met ingang van 1 januari van elk kalenderjaar door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën bij ministeriële regeling vastgesteld.

01-07-2026 Huidig 03-04-2026 Historisch 04-02-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 07-10-2023 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 26-08-2022 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-04-2022 Historisch 15-03-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 21-12-2021 Historisch 15-11-2021 Historisch 01-10-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 17-12-2020 Historisch 01-11-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-04-2020 Historisch 01-03-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 18-12-2019 Historisch 01-07-2019 Historisch 01-01-2019 Historisch 23-11-2018 Historisch 28-07-2018 Historisch 01-07-2018 Historisch 25-05-2018 Historisch 01-01-2018 Historisch 16-12-2017 Historisch 01-10-2017 Historisch 01-09-2017 Historisch 01-07-2017 Historisch 12-12-2013 Historisch 01-07-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 18-07-2012 Historisch 01-07-2012 Historisch 01-04-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 01-07-2011 Historisch 01-06-2011 Historisch 01-01-2011 Historisch 10-10-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-02-2010 Historisch 01-01-2010 Historisch 01-12-2009 Historisch 01-10-2009 Historisch 01-08-2009 Historisch 28-07-2009 Historisch 08-07-2009 Historisch 01-07-2009 Historisch 01-04-2009 Historisch 25-03-2009 Historisch 01-01-2009 Historisch 01-08-2008 Historisch 18-07-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 27-06-2008 Historisch 13-06-2008 Historisch 28-03-2008 Historisch 01-01-2008 Historisch 03-11-2007 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2012.

Tekst van deze versie

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2011/650.

  1. Het college verleent op aanvraag aan de alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet voorzieningen arbeid en zorg alleenstaande ouders, die op grond van artikel 2, van die wet in een kalenderjaar niet in aanmerking komt voor de Vazalo-toeslag, met betrekking tot elke kalendermaand in dat kalenderjaar waarin die alleenstaande ouder inkomsten uit arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven als bedoeld in artikel 8 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers heeft waarvan het maandbedrag ten minste gelijk is aan 1/12 van het in artikel 2, eerste lid, van de Wet voorzieningen arbeid en zorg alleenstaande ouders genoemde bedrag, een arbeidstoeslag alleenstaande ouder tot het bedrag volgens de volgende tabel:

    Bij een inkomen als bedoeld in artikel 32:

  2. De arbeidstoeslag alleenstaande ouder, bedoeld in het eerste lid, wordt verminderd met het bedrag van de middelen dat op grond van artikel 31, tweede lid, onderdelen c en o, over de betreffende kalendermaand niet tot de middelen van belanghebbende is gerekend, alsmede met het bedrag dat op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel j, in het betreffende kalenderjaar niet tot de middelen is gerekend en na afloop van het kalenderjaar vastgesteld en betaald.

  3. De artikelen 40, 46, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, en 54, paragraaf 6.4 en 6.5, alsmede artikel 63 zijn van overeenkomstige toepassing.

  4. De in het eerste lid in de tabel genoemde bedragen worden met ingang van 1 januari van elk kalenderjaar door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën bij ministeriële regeling vastgesteld.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Participatiewet