-
In aanvulling op artikel 7 verstrekt het college op verzoek van een belanghebbende die als rechtstreeks gevolg van een ziekte of gebrek structureel niet in staat is naast de studie inkomsten te verwerven, een studietoeslag waarvan de hoogte, die voor naar leeftijd te onderscheiden categorieën belanghebbenden verschillend kan zijn, bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld.
-
Bij de beoordeling of recht bestaat op de studietoeslag vraagt het college een geneeskundig advies, tenzij zonder dit advies vastgesteld kan worden dat recht bestaat op de studietoeslag.
-
Het verzoek kan worden gedaan door een belanghebbende die:
studiefinanciering ontvangt op grond van de Wet studiefinanciering 2000, niet zijnde het levenlanglerenkrediet, of een tegemoetkoming krijgt op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; en
geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.
-
De belanghebbende doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op de studietoeslag. Deze verplichting geldt niet als die feiten en omstandigheden door het college kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties. Bij ministeriële regeling wordt bepaald voor welke gegevens de tweede zin van toepassing is.
-
De belanghebbende die in het kader van zijn studie inkomsten uit een stage ontvangt, behoudt het recht op de studietoeslag, met dien verstande dat de hoogte van de studietoeslag wordt verminderd met het bedrag aan inkomsten uit de stage voor zover dat het een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag te boven gaat.
-
Artikel 40, eerste lid, en paragraaf 6.4, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat waar «bijstand» staat steeds gelezen wordt «studietoeslag».
Inhoud
Artikel 36b
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-04-2022.
Deze versie geldt vanaf 01-04-2022.
01-07-2026
Huidig
03-04-2026
Historisch
04-02-2026
Historisch
01-01-2026
Historisch
01-07-2025
Historisch
04-02-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
01-07-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
07-10-2023
Historisch
01-10-2023
Historisch
01-07-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
26-08-2022
Historisch
01-08-2022
Historisch
01-07-2022
Historisch
01-04-2022
Historisch
15-03-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
21-12-2021
Historisch
15-11-2021
Historisch
01-10-2021
Historisch
01-07-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
17-12-2020
Historisch
01-11-2020
Historisch
01-10-2020
Historisch
01-07-2020
Historisch
01-04-2020
Historisch
01-03-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
18-12-2019
Historisch
01-07-2019
Historisch
01-01-2019
Historisch
23-11-2018
Historisch
28-07-2018
Historisch
01-07-2018
Historisch
25-05-2018
Historisch
01-01-2018
Historisch
16-12-2017
Historisch
01-10-2017
Historisch
01-09-2017
Historisch
01-07-2017
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-01-2020
Tekst van deze versie
- OpIn eenaanvulling daartoeop strekkendartikel 7 verstrekt het college op verzoek van een persoonbelanghebbende die als bedoeldrechtstreeks gevolg van een ziekte of gebrek structureel niet in artikelstaat 7,is eerstenaast lid,de onderdeelstudie a,inkomsten te verwerven, een studietoeslag waarvan de hoogte, die voor naar leeftijd te onderscheiden categorieën belanghebbenden verschillend kan hetzijn, college,bij geletalgemene op de omstandighedenmaatregel van diebestuur persoon,wordt een individuele studietoeslag verlenen indien hij op de datum van de aanvraag:vastgesteld.
- 18Bij jaarde beoordeling of ouderrecht is;bestaat op de studietoeslag vraagt het college een geneeskundig advies, tenzij zonder dit advies vastgesteld kan worden dat recht bestaat op de studietoeslag.
-
rechtHet heeftverzoek opkan studiefinancieringworden opgedaan grond van de Wet studiefinanciering 2000 of recht heeft opdoor een tegemoetkomingbelanghebbende op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;die:
- geenstudiefinanciering inontvangt aanmerkingop tegrond nemenvan vermogende alsWet bedoeldstudiefinanciering in2000, artikelniet 34zijnde heeft;het levenlanglerenkrediet, of een tegemoetkoming krijgt op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; en
- doorgeen recht heeft op een structureleuitkering medischeop beperkinggrond tijdensvan de studieWet geenarbeidsongeschiktheidsvoorziening inkomsten kan verwerven.jonggehandicapten.
- De artikelenbelanghebbende 12,doet 43,aan 49het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en 52omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn nietdat zij van toepassing.invloed kunnen zijn op het recht op de studietoeslag. Deze verplichting geldt niet als die feiten en omstandigheden door het college kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties. Bij ministeriële regeling wordt bepaald voor welke gegevens de tweede zin van toepassing is.
- De belanghebbende die in het kader van zijn studie inkomsten uit een stage ontvangt, behoudt het recht op de studietoeslag, met dien verstande dat de hoogte van de studietoeslag wordt verminderd met het bedrag aan inkomsten uit de stage voor zover dat het een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag te boven gaat.
- Artikel 40, eerste lid, en paragraaf 6.4, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat waar «bijstand» staat steeds gelezen wordt «studietoeslag».
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.