Participatiewet

Inhoud

Artikel 37

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-07-2024.
  1. In deze paragraaf wordt onder netto minimumloon verstaan het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, verhoogd met de aanspraak op vakantiebijslag waarop een werknemer op grond van artikel 15 van die wet over dat minimumloon ten minste aanspraak kan maken, na aftrek van de daarvan in te houden loonbelasting en premies volksverzekeringen.

  2. De in het eerste lid bedoelde loonbelasting en premies volksverzekeringen worden berekend voor een werknemer die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt rekening houdend met uitsluitend 157,5% van de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964, over het minimumloon en de aanspraak op vakantiebijslag daarover.

  3. Onder consumentenprijsindex wordt in deze afdeling verstaan hetgeen daaronder in artikel 13, zevende lid, van de Algemene Kinderbijslagwet wordt verstaan.

  4. Met ingang van 1 januari 2025 wordt het in het tweede lid genoemde percentage twee keer per kalenderjaar, op 1 januari en 1 juli, verlaagd met 2,5 procentpunt. Het gewijzigde percentage wordt door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant. Dit lid vervalt op het moment dat het in het tweede lid genoemde percentage de waarde van 100 heeft bereikt.

01-07-2026 Huidig 03-04-2026 Historisch 04-02-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 07-10-2023 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 26-08-2022 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-04-2022 Historisch 15-03-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 21-12-2021 Historisch 15-11-2021 Historisch 01-10-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 17-12-2020 Historisch 01-11-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-04-2020 Historisch 01-03-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 18-12-2019 Historisch 01-07-2019 Historisch 01-01-2019 Historisch 23-11-2018 Historisch 28-07-2018 Historisch 01-07-2018 Historisch 25-05-2018 Historisch 01-01-2018 Historisch 16-12-2017 Historisch 01-10-2017 Historisch 01-09-2017 Historisch 01-07-2017 Historisch 12-12-2013 Historisch 01-07-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 18-07-2012 Historisch 01-07-2012 Historisch 01-04-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 01-07-2011 Historisch 01-06-2011 Historisch 01-01-2011 Historisch 10-10-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-02-2010 Historisch 01-01-2010 Historisch 01-12-2009 Historisch 01-10-2009 Historisch 01-08-2009 Historisch 28-07-2009 Historisch 08-07-2009 Historisch 01-07-2009 Historisch 01-04-2009 Historisch 25-03-2009 Historisch 01-01-2009 Historisch 01-08-2008 Historisch 18-07-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 27-06-2008 Historisch 13-06-2008 Historisch 28-03-2008 Historisch 01-01-2008 Historisch 03-11-2007 Historisch 01-07-2007 Historisch 01-04-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 13-12-2006 Historisch 11-10-2006 Historisch 01-10-2006 Historisch 01-09-2006 Historisch 29-08-2006 Historisch 01-07-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 29-12-2005 Historisch 01-09-2005 Historisch 15-04-2005 Historisch 09-03-2005 Historisch 01-01-2005 Historisch 23-07-2004 Historisch 01-07-2004 Historisch 01-04-2004 Historisch 01-01-2004 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2024.

Tekst van deze versie

  1. In deze paragraaf wordt onder netto minimumloon verstaan het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, verhoogd met de aanspraak op vakantiebijslag waarop een werknemer op grond van artikel 15 van die wet over dat minimumloon ten minste aanspraak kan maken, na aftrek van de daarvan in te houden loonbelasting en premies volksverzekeringen.

  2. De in het eerste lid bedoelde loonbelasting en premies volksverzekeringen worden berekend voor een werknemer die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt rekening houdend met uitsluitend 157,5% van de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964, over het minimumloon en de aanspraak op vakantiebijslag daarover.

  3. Onder consumentenprijsindex wordt in deze afdeling verstaan hetgeen daaronder in artikel 13, zevende lid, van de Algemene Kinderbijslagwet wordt verstaan.

  4. Met ingang van 1 januari 2025 wordt het in het tweede lid genoemde percentage twee keer per kalenderjaar, op 1 januari en 1 juli, verlaagd met 2,5 procentpunt. Het gewijzigde percentage wordt door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant. Dit lid vervalt op het moment dat het in het tweede lid genoemde percentage de waarde van 100 heeft bereikt.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Participatiewet