Participatiewet

Inhoud

Artikel 47c

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2013.
  1. De Sociale verzekeringsbank stemt de algemene bijstand als aanvullende inkomensvoorziening ouderen en de daaraan verbonden verplichtingen af op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de belanghebbende.

  2. De Sociale verzekeringsbank verlaagt de algemene bijstand ter zake van het niet of onvoldoende nakomen van de uit deze wet, met uitzondering van artikel 17, eerste lid voortvloeiende verplichtingen, waaronder begrepen het zich jegens de Sociale verzekeringsbank zeer ernstig misdragen dan wel indien de belanghebbende naar het oordeel van de Sociale verzekeringsbank tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan. Van een verlaging wordt afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.

  3. Indien het college een gegrond vermoeden heeft dat een belanghebbende niet voldoet aan de verplichting tot arbeidsinschakeling dan wel niet of onvoldoende gebruik maakt van re-integratievoorzieningen of inburgeringsvoorzieningen, stelt het de Sociale verzekeringsbank daarvan in kennis.

  4. De Sociale verzekeringsbank heroverweegt een besluit als bedoeld in het eerste lid binnen een door haar te bepalen termijn die ten hoogste drie maanden bedraagt.

  5. Bij de toepassing van het eerste en derde lid wordt onder belanghebbende mede verstaan het gezin.

  6. Indien de Sociale verzekeringsbank naar aanleiding van een melding als bedoeld in het derde lid toepassing heeft gegeven aan dit artikel stelt de Sociale verzekeringsbank het college daarvan terstond in kennis.

01-07-2026 Huidig 03-04-2026 Historisch 04-02-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 07-10-2023 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 26-08-2022 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-04-2022 Historisch 15-03-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 21-12-2021 Historisch 15-11-2021 Historisch 01-10-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 17-12-2020 Historisch 01-11-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-04-2020 Historisch 01-03-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 18-12-2019 Historisch 01-07-2019 Historisch 01-01-2019 Historisch 23-11-2018 Historisch 28-07-2018 Historisch 01-07-2018 Historisch 25-05-2018 Historisch 01-01-2018 Historisch 16-12-2017 Historisch 01-10-2017 Historisch 01-09-2017 Historisch 01-07-2017 Historisch 12-12-2013 Historisch 01-07-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 18-07-2012 Historisch 01-07-2012 Historisch 01-04-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 01-07-2011 Historisch 01-06-2011 Historisch 01-01-2011 Historisch 10-10-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-02-2010 Historisch 01-01-2010 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 18-07-2012

Tekst van deze versie

  1. De Sociale verzekeringsbank stemt de algemene bijstand als aanvullende inkomensvoorziening ouderen en de daaraan verbonden verplichtingen af op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de belanghebbende.

  2. De Sociale verzekeringsbank verlaagt de algemene bijstand ter zake van het niet of onvoldoende nakomen van de uit deze wetwet, met uitzondering van artikel 17, eerste lid voortvloeiende verplichtingen, waaronder begrepen het zich jegens de Sociale verzekeringsbank zeer ernstig misdragen dan wel indien de belanghebbende naar het oordeel van de Sociale verzekeringsbank tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan. Van een verlaging wordt afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
  3. Indien het college een gegrond vermoeden heeft dat een belanghebbende niet voldoet aan de verplichting tot arbeidsinschakeling dan wel niet of onvoldoende gebruik maakt van re-integratievoorzieningen of inburgeringsvoorzieningen, stelt het de Sociale verzekeringsbank daarvan in kennis.

  4. De Sociale verzekeringsbank heroverweegt een besluit als bedoeld in het eerste lid binnen een door haar te bepalen termijn die ten hoogste drie maanden bedraagt.

  5. Bij de toepassing van het eerste en derde lid wordt onder belanghebbende mede verstaan het gezin.

  6. Indien de Sociale verzekeringsbank naar aanleiding van een melding als bedoeld in het derde lid toepassing heeft gegeven aan dit artikel stelt de Sociale verzekeringsbank het college daarvan terstond in kennis.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Participatiewet