Participatiewet

Inhoud

Artikel 48

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-07-2009.
  1. Tenzij in deze wet anders is bepaald, wordt de bijstand verleend om niet.

  2. Bijstand kan worden verleend in de vorm van een geldlening of borgtocht indien:

    1. redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende op korte termijn over voldoende middelen zal beschikken om over de betreffende periode in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien;

    2. de noodzaak tot bijstandsverlening het gevolg is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan;

    3. de aanvraag een door de belanghebbende te betalen waarborgsom betreft;

    4. het bijstand ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een schuldenlast betreft.

  3. Het college kan aan het verlenen van bijstand in de vorm van een geldlening verplichtingen verbinden die zijn gericht op meerdere zekerheid voor de nakoming van de aan deze bijstand verbonden rente- en aflossingsverplichtingen.

  4. Het college verstrekt bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 35, vijfde lid, in natura, tenzij dit naar het oordeel van het college leidt tot een ondoelmatige uitvoering van dat lid.

  5. Indien de persoon aan wie bijstand in de vorm van een geldlening wordt verleend algemene bijstand of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 of de Wet werk en inkomen kunstenaars ontvangt, is het college bevoegd tot verrekening van die geldlening met die algemene bijstand of uitkering.

01-07-2026 Huidig 03-04-2026 Historisch 04-02-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 07-10-2023 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 26-08-2022 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-04-2022 Historisch 15-03-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 21-12-2021 Historisch 15-11-2021 Historisch 01-10-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 17-12-2020 Historisch 01-11-2020 Historisch 01-10-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-04-2020 Historisch 01-03-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 18-12-2019 Historisch 01-07-2019 Historisch 01-01-2019 Historisch 23-11-2018 Historisch 28-07-2018 Historisch 01-07-2018 Historisch 25-05-2018 Historisch 01-01-2018 Historisch 16-12-2017 Historisch 01-10-2017 Historisch 01-09-2017 Historisch 01-07-2017 Historisch 12-12-2013 Historisch 01-07-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 18-07-2012 Historisch 01-07-2012 Historisch 01-04-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 01-07-2011 Historisch 01-06-2011 Historisch 01-01-2011 Historisch 10-10-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-02-2010 Historisch 01-01-2010 Historisch 01-12-2009 Historisch 01-10-2009 Historisch 01-08-2009 Historisch 28-07-2009 Historisch 08-07-2009 Historisch 01-07-2009 Historisch 01-04-2009 Historisch 25-03-2009 Historisch 01-01-2009 Historisch 01-08-2008 Historisch 18-07-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 27-06-2008 Historisch 13-06-2008 Historisch 28-03-2008 Historisch 01-01-2008 Historisch 03-11-2007 Historisch 01-07-2007 Historisch 01-04-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 13-12-2006 Historisch 11-10-2006 Historisch 01-10-2006 Historisch 01-09-2006 Historisch 29-08-2006 Historisch 01-07-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 29-12-2005 Historisch 01-09-2005 Historisch 15-04-2005 Historisch 09-03-2005 Historisch 01-01-2005 Historisch 23-07-2004 Historisch 01-07-2004 Historisch 01-04-2004 Historisch 01-01-2004 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-01-2009

Tekst van deze versie

  1. Tenzij in deze wet anders is bepaald, wordt de bijstand verleend om niet.

  2. Bijstand kan worden verleend in de vorm van een geldlening of borgtocht indien:

    1. redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende op korte termijn over voldoende middelen zal beschikken om over de betreffende periode in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien;

    2. de noodzaak tot bijstandsverlening het gevolg is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan;

    3. de aanvraag een door de belanghebbende te betalen waarborgsom betreft;

    4. het bijstand ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een schuldenlast betreft.

  3. Het college kan aan het verlenen van bijstand in de vorm van een geldlening verplichtingen verbinden die zijn gericht op meerdere zekerheid voor de nakoming van de aan deze bijstand verbonden rente- en aflossingsverplichtingen.

  4. Het college verstrekt bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 35, vijfde lid, in natura, tenzij dit naar het oordeel van het college leidt tot een ondoelmatige uitvoering van dat lid.

  5. Indien de persoon aan wie bijstand in de vorm van een geldlening wordt verleend algemene bijstand of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 of de Wet werk en inkomen kunstenaars ontvangt, is het college bevoegd tot verrekening van die geldlening met die algemene bijstand of uitkering.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Participatiewet