-
Tenzij in deze wet anders is bepaald, wordt de bijstand verleend om niet.
-
Bijstand kan worden verleend in de vorm van een geldlening of borgtocht indien:
redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende op korte termijn over voldoende middelen zal beschikken om over de betreffende periode in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien;
de noodzaak tot bijstandsverlening het gevolg is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan;
de aanvraag een door de belanghebbende te betalen waarborgsom betreft;
het bijstand ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een schuldenlast betreft.
-
Het college kan aan het verlenen van bijstand in de vorm van een geldlening verplichtingen verbinden die zijn gericht op meerdere zekerheid voor de nakoming van de aan deze bijstand verbonden rente- en aflossingsverplichtingen.
-
Het college verstrekt bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 35, vijfde lid, in natura, tenzij dit naar het oordeel van het college leidt tot een ondoelmatige uitvoering van dat lid.
-
Indien de persoon aan wie bijstand in de vorm van een geldlening wordt verleend algemene bijstand of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 of de Wet werk en inkomen kunstenaars of een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren ontvangt, is het college bevoegd tot verrekening van die geldlening met die algemene bijstand, uitkering of inkomensvoorziening.
Inhoud
Artikel 48
Tekst van deze versie
-
Tenzij in deze wet anders is bepaald, wordt de bijstand verleend om niet.
-
Bijstand kan worden verleend in de vorm van een geldlening of borgtocht indien:
redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende op korte termijn over voldoende middelen zal beschikken om over de betreffende periode in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien;
de noodzaak tot bijstandsverlening het gevolg is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan;
de aanvraag een door de belanghebbende te betalen waarborgsom betreft;
het bijstand ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een schuldenlast betreft.
-
Het college kan aan het verlenen van bijstand in de vorm van een geldlening verplichtingen verbinden die zijn gericht op meerdere zekerheid voor de nakoming van de aan deze bijstand verbonden rente- en aflossingsverplichtingen.
-
Het college verstrekt bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 35, vijfde lid, in natura, tenzij dit naar het oordeel van het college leidt tot een ondoelmatige uitvoering van dat lid.
-
Indien de persoon aan wie bijstand in de vorm van een geldlening wordt verleend algemene bijstand of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 of de Wet werk en inkomen kunstenaars of een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren ontvangt, is het college bevoegd tot verrekening van die geldlening met die algemene bijstand, uitkering of inkomensvoorziening.
Nog geen automatische verwijzingen.