-
Het college verleent uiterlijk binnen vier weken na de datum van aanvraag en vervolgens telkens uiterlijk na vier weken, bij wijze van voorschot algemene bijstand in de vorm van een renteloze geldlening, zolang het recht op algemene bijstand niet is vastgesteld. De eerste zin is niet van toepassing indien:
de belanghebbende de voor de vaststelling van het recht op algemene bijstand van belang zijnde gegevens of de gevorderde bewijsstukken niet, niet tijdig of onvolledig heeft verstrekt en hem dit te verwijten valt, dan wel indien de belanghebbende anderszins onvoldoende medewerking verleent;
bij de aanvraag duidelijk is dat geen recht op algemene bijstand bestaat.
-
De hoogte van het in het eerste lid bedoelde voorschot bedraagt in ieder geval 90% van de hoogte van de algemene bijstand, bedoeld in artikel 19, tweede lid.
-
Het college is bevoegd om bij wijze van voorschot bijzondere bijstand te verlenen in de vorm van een renteloze geldlening.
-
Indien bijstand wordt verleend over een periode waarover met toepassing van het eerste lid een voorschot is verleend, kan deze bijstand zonder machtiging van de belanghebbende worden verrekend met dit voorschot.
Inhoud
Artikel 52
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-01-2007.
Deze versie geldt vanaf 01-01-2007.
01-07-2026
Huidig
03-04-2026
Historisch
04-02-2026
Historisch
01-01-2026
Historisch
01-07-2025
Historisch
04-02-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
01-07-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
07-10-2023
Historisch
01-10-2023
Historisch
01-07-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
26-08-2022
Historisch
01-08-2022
Historisch
01-07-2022
Historisch
01-04-2022
Historisch
15-03-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
21-12-2021
Historisch
15-11-2021
Historisch
01-10-2021
Historisch
01-07-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
17-12-2020
Historisch
01-11-2020
Historisch
01-10-2020
Historisch
01-07-2020
Historisch
01-04-2020
Historisch
01-03-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
18-12-2019
Historisch
01-07-2019
Historisch
01-01-2019
Historisch
23-11-2018
Historisch
28-07-2018
Historisch
01-07-2018
Historisch
25-05-2018
Historisch
01-01-2018
Historisch
16-12-2017
Historisch
01-10-2017
Historisch
01-09-2017
Historisch
01-07-2017
Historisch
12-12-2013
Historisch
01-07-2013
Historisch
01-01-2013
Historisch
18-07-2012
Historisch
01-07-2012
Historisch
01-04-2012
Historisch
01-01-2012
Historisch
01-07-2011
Historisch
01-06-2011
Historisch
01-01-2011
Historisch
10-10-2010
Historisch
01-07-2010
Historisch
01-02-2010
Historisch
01-01-2010
Historisch
01-12-2009
Historisch
01-10-2009
Historisch
01-08-2009
Historisch
28-07-2009
Historisch
08-07-2009
Historisch
01-07-2009
Historisch
01-04-2009
Historisch
25-03-2009
Historisch
01-01-2009
Historisch
01-08-2008
Historisch
18-07-2008
Historisch
01-07-2008
Historisch
27-06-2008
Historisch
13-06-2008
Historisch
28-03-2008
Historisch
01-01-2008
Historisch
03-11-2007
Historisch
01-07-2007
Historisch
01-04-2007
Historisch
01-01-2007
Historisch
13-12-2006
Historisch
11-10-2006
Historisch
01-10-2006
Historisch
01-09-2006
Historisch
29-08-2006
Historisch
01-07-2006
Historisch
01-01-2006
Historisch
29-12-2005
Historisch
01-09-2005
Historisch
15-04-2005
Historisch
09-03-2005
Historisch
01-01-2005
Historisch
23-07-2004
Historisch
01-07-2004
Historisch
01-04-2004
Historisch
01-01-2004
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-01-2004
Tekst van deze versie
-
Het college isverleent bevoegduiterlijk ombinnen vier weken na de datum van aanvraag en vervolgens telkens uiterlijk na vier weken, bij wijze van voorschot algemene bijstand te verlenen in de vorm van een renteloze geldlening.geldlening, zolang het recht op algemene bijstand niet is vastgesteld. De eerste zin is niet van toepassing indien:
- Hetde inbelanghebbende de voor de vaststelling van het eersterecht lidop bedoeldealgemene voorschotbijstand kanvan wordenbelang verleendzijnde zolanggegevens het college nog geen besluit inzakeof de verleninggevorderde vanbewijsstukken bijstandniet, niet tijdig of onvolledig heeft bekendgemaakt.verstrekt en hem dit te verwijten valt, dan wel indien de belanghebbende anderszins onvoldoende medewerking verleent;
- bij de aanvraag duidelijk is dat geen recht op algemene bijstand bestaat.
- De hoogte van het in het eerste lid bedoelde voorschot bedraagt in ieder geval 90% van de hoogte van de algemene bijstand, bedoeld in artikel 19, tweede lid.
- Het college is bevoegd om bij wijze van voorschot bijzondere bijstand te verlenen in de vorm van een renteloze geldlening.
-
Indien bijstand wordt verleend over een periode waarover met toepassing van het eerste lid een voorschot is verleend, kan deze bijstand zonder machtiging van de belanghebbende worden verrekend met dit voorschot.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.