-
Onze Minister verstrekt jaarlijks ten laste van ’s Rijks kas aan het college een uitkering voor de kosten van de door het college toegekende algemene bijstand, waaronder begrepen de loonbelasting, de premies volksverzekeringen die daarover verschuldigd zijn en de in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet bedoelde vergoedingen van de inkomensafhankelijke bijdragen daarover. De uitkering wordt ten minste drie maanden voorafgaand aan het kalenderjaar waarop zij betrekking hebben door Onze Minister vastgesteld.
-
Het bedrag van de uitkering wordt volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels berekend aan de hand van het voor ieder jaar bij begrotingswet vast te stellen totale bedrag dat beschikbaar is voor de uitkering, bedoeld in het eerste lid. Bij de vaststelling van het totale bedrag dat beschikbaar is voor de uitkering, bedoeld in het eerste lid, is het uitgangspunt dat dit bedrag toereikend is voor de voor dat jaar geraamde kosten, bedoeld in dat lid, van alle gemeenten.
-
Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede lid, kunnen regels worden gesteld omtrent:
de berekening van verschillende delen van de uitkering, bedoeld in het eerste lid;
het verzamelen van gegevens noodzakelijk voor de berekening van het bedrag van de uitkering, bedoeld in het eerste lid.
-
Mede ten behoeve van de kosten van de voorzieningen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, niet zijnde uitvoeringskosten, ontvangt het college een uitkering op grond van de Wet participatiebudget.
Inhoud
Artikel 69
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-01-2009.
Deze versie geldt vanaf 01-01-2009.
01-07-2026
Huidig
03-04-2026
Historisch
04-02-2026
Historisch
01-01-2026
Historisch
01-07-2025
Historisch
04-02-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
01-07-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
07-10-2023
Historisch
01-10-2023
Historisch
01-07-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
26-08-2022
Historisch
01-08-2022
Historisch
01-07-2022
Historisch
01-04-2022
Historisch
15-03-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
21-12-2021
Historisch
15-11-2021
Historisch
01-10-2021
Historisch
01-07-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
17-12-2020
Historisch
01-11-2020
Historisch
01-10-2020
Historisch
01-07-2020
Historisch
01-04-2020
Historisch
01-03-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
18-12-2019
Historisch
01-07-2019
Historisch
01-01-2019
Historisch
23-11-2018
Historisch
28-07-2018
Historisch
01-07-2018
Historisch
25-05-2018
Historisch
01-01-2018
Historisch
16-12-2017
Historisch
01-10-2017
Historisch
01-09-2017
Historisch
01-07-2017
Historisch
12-12-2013
Historisch
01-07-2013
Historisch
01-01-2013
Historisch
18-07-2012
Historisch
01-07-2012
Historisch
01-04-2012
Historisch
01-01-2012
Historisch
01-07-2011
Historisch
01-06-2011
Historisch
01-01-2011
Historisch
10-10-2010
Historisch
01-07-2010
Historisch
01-02-2010
Historisch
01-01-2010
Historisch
01-12-2009
Historisch
01-10-2009
Historisch
01-08-2009
Historisch
28-07-2009
Historisch
08-07-2009
Historisch
01-07-2009
Historisch
01-04-2009
Historisch
25-03-2009
Historisch
01-01-2009
Historisch
01-08-2008
Historisch
18-07-2008
Historisch
01-07-2008
Historisch
27-06-2008
Historisch
13-06-2008
Historisch
28-03-2008
Historisch
01-01-2008
Historisch
03-11-2007
Historisch
01-07-2007
Historisch
01-04-2007
Historisch
01-01-2007
Historisch
13-12-2006
Historisch
11-10-2006
Historisch
01-10-2006
Historisch
01-09-2006
Historisch
29-08-2006
Historisch
01-07-2006
Historisch
01-01-2006
Historisch
29-12-2005
Historisch
01-09-2005
Historisch
15-04-2005
Historisch
09-03-2005
Historisch
01-01-2005
Historisch
23-07-2004
Historisch
01-07-2004
Historisch
01-04-2004
Historisch
01-01-2004
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-01-2006
Tekst van deze versie
- Onze Minister verstrekt jaarlijks ten laste van 's’s Rijks kas aan het college:college een uitkering voor de kosten van de door het college toegekende algemene bijstand, waaronder begrepen de loonbelasting, de premies volksverzekeringen die daarover verschuldigd zijn en de in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet bedoelde vergoedingen van de inkomensafhankelijke bijdragen daarover. De uitkering wordt ten minste drie maanden voorafgaand aan het kalenderjaar waarop zij betrekking hebben door Onze Minister vastgesteld.
- eenHet bedrag van de uitkering wordt volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels berekend aan de hand van het voor ieder jaar bij begrotingswet vast te stellen totale bedrag dat beschikbaar is voor de kosten van voorzieningen alsuitkering, bedoeld in artikelhet 7,eerste lid. Bij de vaststelling van het totale bedrag dat beschikbaar is voor de uitkering, bedoeld in het eerste lid, onderdeelis a,het nietuitgangspunt zijndedat uitvoeringskosten;dit bedrag toereikend is voor de voor dat jaar geraamde kosten, bedoeld in dat lid, van alle gemeenten.
-
Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede lid, kunnen regels worden gesteld omtrent:
- de berekening van verschillende delen van de uitkering, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b;lid;
- het verzamelen van gegevens noodzakelijk voor de berekening van het bedrag van de uitkeringen,uitkering, bedoeld in het eerste lid.
- Mede ten behoeve van de kosten van de voorzieningen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, niet zijnde uitvoeringskosten, ontvangt het college een uitkering op grond van de Wet participatiebudget.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.