-
Onze Minister kan, indien hij van oordeel is dat het college, na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 76, derde lid, geen of onvoldoende gevolg heeft gegeven aan een aanwijzing als bedoeld in artikel 76, derde lid, de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, voor het jaar volgend op het jaar waarin de termijn afloopt, 1 procent lager vaststellen.
-
Onze Minister kan, indien hij van oordeel is dat het college, twaalf maanden na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 76, derde lid, nog geen of onvoldoende gevolg heeft gegeven aan een aanwijzing als bedoeld in artikel 76, derde lid, de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, voor het tweede jaar volgend op het jaar waarin de termijn afloopt en de daaropvolgende jaren, telkens ten hoogste 3 procent lager vaststellen.
-
Onze Minister schort de betaling van de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, gedurende ten minste drie maanden op, indien Onze Minister met betrekking tot de rechtmatige uitvoering van deze wet ernstige tekortkomingen heeft vastgesteld als bedoeld in artikel 76, derde lid, totdat:
hij heeft vastgesteld aan de hand van de zienswijze van het college dat de ernstige tekortkomingen zijn opgeheven;
hij heeft vastgesteld, dat het college aan de in de aanwijzing, bedoeld in artikel 76, derde lid, opgenomen verplichtingen heeft voldaan;
hij heeft geoordeeld, dat het college na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 76, derde lid, geen of onvoldoende gevolg heeft gegeven aan de aanwijzing.
Inhoud
Artikel 72
Tekst van deze versie
-
Onze Minister kan, indien hij van oordeel is dat het college, na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 76, derde lid, geen of onvoldoende gevolg heeft gegeven aan een aanwijzing als bedoeld in artikel 76, derde lid, de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, voor het jaar volgend op het jaar waarin de termijn afloopt, 1 procent lager vaststellen.
-
Onze Minister kan, indien hij van oordeel is dat het college, twaalf maanden na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 76, derde lid, nog geen of onvoldoende gevolg heeft gegeven aan een aanwijzing als bedoeld in artikel 76, derde lid, de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, voor het tweede jaar volgend op het jaar waarin de termijn afloopt en de daaropvolgende jaren, telkens ten hoogste 3 procent lager vaststellen.
-
Onze Minister schort de betaling van de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, gedurende ten minste drie maanden op, indien Onze Minister met betrekking tot de rechtmatige uitvoering van deze wet ernstige tekortkomingen heeft vastgesteld als bedoeld in artikel 76, derde lid, totdat:
hij heeft vastgesteld aan de hand van de zienswijze van het college dat de ernstige tekortkomingen zijn opgeheven;
hij heeft vastgesteld, dat het college aan de in de aanwijzing, bedoeld in artikel 76, derde lid, opgenomen verplichtingen heeft voldaan;
hij heeft geoordeeld, dat het college na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 76, derde lid, geen of onvoldoende gevolg heeft gegeven aan de aanwijzing.
Nog geen automatische verwijzingen.