-
Indien de door het college gemaakte kosten, bedoeld in artikel 69, eerste lid, hoger zijn dan de daarvoor verstrekte uitkering, kan door Onze Minister ten laste van een daarvoor ieder jaar bij wet vast te stellen bedrag op verzoek van het college een incidentele aanvullende uitkering of een meerjarige aanvullende uitkering worden toegekend.
-
Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt door het college ingediend bij de toetsingscommissie, bedoeld in artikel 73. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de termijn waarbinnen een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan worden ingediend en de termijn waarbinnen op dat verzoek wordt beslist.
-
Onze Minister kan:
bepalen dat een meerjarige aanvullende uitkering wordt verminderd indien hij het college een aanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 76, derde lid;
een verleende meerjarige aanvullende uitkering verminderen of intrekken indien hij het college een aanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 76, derde lid.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor:
de gronden voor verlening van de aanvullende uitkering;
de berekening van de hoogte van de uitkering;
de voorwaarden, die aan het verzoek worden gesteld;
de wijze van beoordeling van het verzoek door de toetsingscommissie;
de toepassing van het derde lid.
-
Bij de beslissing op het verzoek betrekt Onze Minister, naast het oordeel van de toetsingscommissie, het oordeel van de Inspectie Werk en Inkomen over de uitvoering van deze wet.
Inhoud
Artikel 74
Tekst van deze versie
-
Indien de door het college gemaakte kosten, bedoeld in artikel 69, eerste lid, hoger zijn dan de daarvoor verstrekte uitkering, kan door Onze Minister ten laste van een daarvoor ieder jaar bij wet vast te stellen bedrag op verzoek van het college een incidentele aanvullende uitkering of een meerjarige aanvullende uitkering worden toegekend.
-
Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt door het college ingediend bij de toetsingscommissie, bedoeld in artikel 73. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de termijn waarbinnen een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan worden ingediend en de termijn waarbinnen op dat verzoek wordt beslist.
-
Onze Minister kan:
bepalen dat een meerjarige aanvullende uitkering wordt verminderd indien hij het college een aanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 76, derde lid;
een verleende meerjarige aanvullende uitkering verminderen of intrekken indien hij het college een aanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 76, derde lid.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor:
de gronden voor verlening van de aanvullende uitkering;
de berekening van de hoogte van de uitkering;
de voorwaarden, die aan het verzoek worden gesteld;
de wijze van beoordeling van het verzoek door de toetsingscommissie;
de toepassing van het derde lid.
-
Bij de beslissing op het verzoek betrekt Onze Minister, naast het oordeel van de toetsingscommissie, het oordeel van de Inspectie Werk en Inkomen over de uitvoering van deze wet.
Nog geen automatische verwijzingen.