-
Artikel 13, vierde lid, onderdeel a, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van de wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden (Stb. 650), is van toepassing op de persoon die op de dag voor de inwerkingtreding van die wet recht heeft op algemene bijstand of een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren en verblijf houdt in het buitenland, gedurende de duur van zijn verblijf, doch ten hoogste gedurende drie maanden na de inwerkingtreding van die wet.
-
Artikel 13, vierde lid, onderdeel b, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van de wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden (Stb. 650), blijft van toepassing op de persoon die op de dag voor de inwerkingtreding van die wet verblijf houdt in het buitenland, gedurende de duur van zijn verblijf, doch ten hoogste gedurende zes maanden na de inwerkingtreding van die wet.
-
Dit artikel vervalt zes maanden na zijn inwerkingtreding.
Inhoud
Artikel 78q
Tekst van deze versie
-
Artikel 13, vierde lid, onderdeel a, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van de wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden (Stb. 650), is van toepassing op de persoon die op de dag voor de inwerkingtreding van die wet recht heeft op algemene bijstand of een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren en verblijf houdt in het buitenland, gedurende de duur van zijn verblijf, doch ten hoogste gedurende drie maanden na de inwerkingtreding van die wet.
-
Artikel 13, vierde lid, onderdeel b, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van de wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden (Stb. 650), blijft van toepassing op de persoon die op de dag voor de inwerkingtreding van die wet verblijf houdt in het buitenland, gedurende de duur van zijn verblijf, doch ten hoogste gedurende zes maanden na de inwerkingtreding van die wet.
-
Dit artikel vervalt zes maanden na zijn inwerkingtreding.
Nog geen automatische verwijzingen.