-
Op de persoon die op de dag voor inwerkingtreding van de Wet afschaffing huishoudinkomenstoets recht heeft op bijstand zijn de artikelen 4, 5, onderdeel e, 7, derde lid, onderdeel b, 9, derde, vijfde en zesde lid, 11, vierde lid, 13, tweede lid, onderdeel b, 18, vierde lid, 19, eerste lid, aanhef, 20 tot en met 24, 25, eerste lid, 26, 31, eerste en tweede lid, onderdelen h, r en w, 32, derde tot en met vijfde lid, 33, vijfde lid, 34, eerste lid, onderdeel a, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, onderdelen b en c, 35, eerste en negende lid, 36, zesde lid, 38, eerste lid, onderdeel c, en zesde lid, 41, vierde tot en met zesde lid, 43, tweede en derde lid, 44, vierde lid, 45, derde lid, aanhef, vierde en vijfde lid, 47a, eerste lid, onderdeel b, 47c, vijfde lid, 50, eerste lid, 59, eerste en tweede lid, 78m, zoals die luidden op die dag, van toepassing indien die toepassing leidt tot een hogere uitkering. Die toepassing eindigt op het tijdstip waarop het recht op die bijstand eindigt doch ten hoogste met ingang van 1 januari 2013.
-
Bij de toepassing van de artikelen, bedoeld in het eerste lid, wordt met ingang van 1 juli 2012:
in artikel 4, tweede lid, aanhef, en 32, vijfde lid, onderdeel c, voor «€ 1 059,49» gelezen: € 1 065,79;
in artikel 20, eerste lid, onderdeel a, voor «€ 230,91» gelezen: € 230,98;
in artikel 20, eerste lid, onderdeel b, voor € 668,21» gelezen: € 668,44;
in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, voor «€ 498,19» gelezen: € 498,35;
in artikel 20, tweede lid, onderdel b, voor «€ 935,49» gelezen: € 935,81;
in artikel 21, eerste lid, voor «€ 1 336,42» gelezen: € 1 336,87;
in artikel 21, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, voor «€ 461,82» gelezen: € 461,96;
in artikel 21, tweede lid, onderdeel a, onder 2° voor «€ 729,10» gelezen: € 729,33;
in artikel 21, tweede lid, onderdeel b, onder 1°, voor «€ 899,12» gelezen: € 899,42;
in artikel 21, tweede lid, onderdeel b, onder 2° voor «€ 1 166,40» gelezen: € 1 166,79;
in artikel 21, tweede lid, onderdeel c, voor «€ 1 130,03» gelezen: € 1 130,40;
in artikel 22, onderdeel a, voor «€ 1 026,35» gelezen: € 1 026,66;
in artikel 22, onderdeel b, voor «€ 1 291,60» gelezen: € 1 291,99;
in artikel 22, onderdeel c, voor «€ 1 412,71» gelezen: € 1 413,13;
in artikel 23, eerste lid, onderdeel a, voor «€ 296,26» gelezen: € 296,35;
in artikel 23, eerste lid, onderdeel b, voor € 460,79» gelezen: € 460,93;
in artikel 31, tweede lid, onderdeel r, wordt voor «120,00» gelezen: € 120,23.
-
Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2013.
Inhoud
Artikel 78w
Tekst van deze versie
-
Op de persoon die op de dag voor inwerkingtreding van de Wet afschaffing huishoudinkomenstoets recht heeft op bijstand zijn de artikelen 4, 5, onderdeel e, 7, derde lid, onderdeel b, 9, derde, vijfde en zesde lid, 11, vierde lid, 13, tweede lid, onderdeel b, 18, vierde lid, 19, eerste lid, aanhef, 20 tot en met 24, 25, eerste lid, 26, 31, eerste en tweede lid, onderdelen h, r en w, 32, derde tot en met vijfde lid, 33, vijfde lid, 34, eerste lid, onderdeel a, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, onderdelen b en c, 35, eerste en negende lid, 36, zesde lid, 38, eerste lid, onderdeel c, en zesde lid, 41, vierde tot en met zesde lid, 43, tweede en derde lid, 44, vierde lid, 45, derde lid, aanhef, vierde en vijfde lid, 47a, eerste lid, onderdeel b, 47c, vijfde lid, 50, eerste lid, 59, eerste en tweede lid, 78m, zoals die luidden op die dag, van toepassing indien die toepassing leidt tot een hogere uitkering. Die toepassing eindigt op het tijdstip waarop het recht op die bijstand eindigt doch ten hoogste met ingang van 1 januari 2013.
-
Bij de toepassing van de artikelen, bedoeld in het eerste lid, wordt met ingang van 1 juli 2012:
in artikel 4, tweede lid, aanhef, en 32, vijfde lid, onderdeel c, voor «€ 1 059,49» gelezen: € 1 065,79;
in artikel 20, eerste lid, onderdeel a, voor «€ 230,91» gelezen: € 230,98;
in artikel 20, eerste lid, onderdeel b, voor € 668,21» gelezen: € 668,44;
in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, voor «€ 498,19» gelezen: € 498,35;
in artikel 20, tweede lid, onderdel b, voor «€ 935,49» gelezen: € 935,81;
in artikel 21, eerste lid, voor «€ 1 336,42» gelezen: € 1 336,87;
in artikel 21, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, voor «€ 461,82» gelezen: € 461,96;
in artikel 21, tweede lid, onderdeel a, onder 2° voor «€ 729,10» gelezen: € 729,33;
in artikel 21, tweede lid, onderdeel b, onder 1°, voor «€ 899,12» gelezen: € 899,42;
in artikel 21, tweede lid, onderdeel b, onder 2° voor «€ 1 166,40» gelezen: € 1 166,79;
in artikel 21, tweede lid, onderdeel c, voor «€ 1 130,03» gelezen: € 1 130,40;
in artikel 22, onderdeel a, voor «€ 1 026,35» gelezen: € 1 026,66;
in artikel 22, onderdeel b, voor «€ 1 291,60» gelezen: € 1 291,99;
in artikel 22, onderdeel c, voor «€ 1 412,71» gelezen: € 1 413,13;
in artikel 23, eerste lid, onderdeel a, voor «€ 296,26» gelezen: € 296,35;
in artikel 23, eerste lid, onderdeel b, voor € 460,79» gelezen: € 460,93;
in artikel 31, tweede lid, onderdeel r, wordt voor «120,00» gelezen: € 120,23.
-
Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2013.
Nog geen automatische verwijzingen.