-
Onze Minister verdeelt de sterkte en middelen over de onderdelen van de politie, bedoeld in artikel 25, eerste lid. Hij bepaalt daarbij welk deel van de sterkte op grond van artikel 83, eerste lid, feitelijk ter beschikking wordt gesteld aan de politieonderwijsraad en welk deel van de sterkte en middelen op grond van artikel 96, eerste lid, feitelijk ter beschikking wordt gesteld aan de Politieacademie.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over deze verdeling.
-
De voordracht voor een krachtens dit artikel vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Inhoud
Artikel 36
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-08-2024.
Deze versie geldt vanaf 01-08-2024.
12-06-2026
Huidig
23-01-2026
Historisch
01-01-2026
Historisch
01-07-2025
Historisch
01-08-2024
Historisch
18-02-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
08-07-2022
Historisch
01-01-2021
Historisch
01-07-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
Tekst van deze versie
-
Onze Minister verdeelt de sterkte en middelen over de onderdelen van de politie, bedoeld in artikel 25, eerste lid. Hij bepaalt daarbij welk deel van de sterkte op grond van artikel 83, eerste lid, feitelijk ter beschikking wordt gesteld aan de politieonderwijsraad en welk deel van de sterkte en middelen op grond van artikel 96, eerste lid, feitelijk ter beschikking wordt gesteld aan de Politieacademie.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over deze verdeling.
-
De voordracht voor een krachtens dit artikel vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.