-
Behoudens in geval van een verzetschrift als bedoeld in artikel 26, derde lid, een beroepschrift bedoeld in artikel 26a en een verzetschrift als bedoeld in artikel 27, zesde lid, is op grond van deze wet geen recht verschuldigd in de zin van de Wet griffierechten burgerlijke zaken.
-
Indien het verzetschrift wordt ingetrokken omdat Onze Minister geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzetschrift is tegemoetgekomen, wordt het door de indiener betaalde griffierecht aan hem vergoed door Onze Minister. In de overige gevallen kan Onze Minister, indien het verzet wordt ingetrokken, het betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk vergoeden.
Inhoud
Artikel 36
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-03-2022.
Deze versie geldt vanaf 01-03-2022.
01-01-2026
Huidig
01-07-2025
Historisch
01-02-2025
Historisch
01-03-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-03-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
01-10-2022
Historisch
01-03-2022
Historisch
01-01-2021
Historisch
25-07-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
Tekst van deze versie
-
Behoudens in geval van een verzetschrift als bedoeld in artikel 26, derde lid, een beroepschrift bedoeld in artikel 26a en een verzetschrift als bedoeld in artikel 27, zesde lid, is op grond van deze wet geen recht verschuldigd in de zin van de Wet griffierechten burgerlijke zaken.
-
Indien het verzetschrift wordt ingetrokken omdat Onze Minister geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzetschrift is tegemoetgekomen, wordt het door de indiener betaalde griffierecht aan hem vergoed door Onze Minister. In de overige gevallen kan Onze Minister, indien het verzet wordt ingetrokken, het betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk vergoeden.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.