Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur

Inhoud

Artikel 26

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-09-2004.

De officier van justitie die beschikt over gegevens die er op duiden dat een betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die reeds gepleegd zijn of, naar redelijkerwijs op grond van feiten of omstandigheden kan worden vermoed, gepleegd zullen worden, kan het bestuursorgaan of de aanbestedende dienst wijzen op de wenselijkheid het Bureau om een advies te vragen.

16-07-2025 Huidig 01-03-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-09-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-04-2021 Historisch 01-08-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 28-07-2018 Historisch 25-05-2018 Historisch 01-05-2018 Historisch 01-07-2016 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 06-01-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-07-2013 Historisch 29-06-2013 Historisch 01-04-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 23-03-2012 Historisch 01-10-2011 Historisch 01-07-2011 Historisch 01-10-2010 Historisch 01-05-2009 Historisch 25-03-2009 Historisch 01-01-2009 Historisch 01-08-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 01-01-2008 Historisch 08-03-2006 Historisch 01-02-2006 Historisch 01-01-2005 Historisch 15-09-2004 Historisch 01-09-2004 Historisch 01-05-2004 Historisch 01-01-2004 Historisch 01-06-2003 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-06-2003.

Tekst van deze versie

De officier van justitie die beschikt over gegevens die er op duiden dat een betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die reeds gepleegd zijn of, naar redelijkerwijs op grond van feiten of omstandigheden kan worden vermoed, gepleegd zullen worden, kan het bestuursorgaan of de aanbestedende dienst wijzen op de wenselijkheid het Bureau om een advies te vragen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur