Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur

Inhoud

Artikel 28

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-07-2016.
  1. Een ieder die krachtens deze wet de beschikking krijgt over gegevens met betrekking tot een derde, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voorzover een bij deze wet gegeven voorschrift mededelingen toelaat.

  2. Het bestuursorgaan dat of de rechtspersoon met een overheidstaak die een advies ontvangt, geeft de daarin opgenomen gegevens niet door, behoudens aan:

    1. de betrokkene, uitsluitend voorzover dit noodzakelijk is ter motivering van de naar aanleiding van het advies te nemen beslissing;

    2. de derde die in de motivering, bedoeld in de onderdeel a, wordt vermeld, uitsluitend voorzover de in die motivering opgenomen gegevens hem betreffen;

    3. leden van het overleg, bedoeld in artikel 13 van de Politiewet 2012, voor zover noodzakelijk voor het ondersteunen van het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak bij de motivering van de naar aanleiding van het advies te nemen beslissing;

    4. een andere deelnemer aan een regionaal samenwerkingsverband voor de aanpak van georganiseerde criminaliteit van bestuursorganen, de politie, het openbaar ministerie, de rijksbelastingdienst, de belastingdienst FIOD-ECD, de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst en de Koninklijke marechaussee, voorzover de gegevens noodzakelijk zijn voor het ondersteunen van het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak bij het toepassen van deze wet;

    5. de adviescommissie, bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht;

    6. degene die door Onze Minister is verzocht om een kwaliteitstoetsing ten aanzien van de adviezen van het Bureau te verrichten, of degene die wetenschappelijk onderzoek of statistische activiteiten verricht, met dien verstande dat de resultaten daarvan geen persoonsgegevens mogen bevatten en voor zover de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene daardoor niet onevenredig wordt geschaad;

    7. de Algemene Rekenkamer;

    8. de Nationale Ombudsman;

    9. het College bescherming persoonsgegevens;

    10. de rechter;

    11. de met opsporing belaste ambtenaren indien toepassing wordt gegeven aan de artikelen in het Wetboek van Strafvordering betreffende het vorderen van gegevens;

    12. de inlichtingen- en veiligheidsdiensten indien toepassing wordt gegeven aan artikel 17 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002.

  3. Bij de toepassing van artikel 33 verstrekt het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak de betrokkene een afschrift van het advies en wijst hem daarbij schriftelijk op zijn geheimhoudingsplicht op grond van het eerste lid.

  4. Indien de betrokkene een beschikking dan wel de intrekking van een subsidie of vergunning, onderscheidenlijk de weigering van een overheidsopdracht of een vastgoedtransactie dan wel de ontbinding van een overeenkomst inzake een dergelijke opdracht of transactie, in rechte aanvecht, is hij bevoegd de in het eerste lid bedoelde gegevens bekend te maken aan de rechter.

16-07-2025 Huidig 01-03-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-09-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-04-2021 Historisch 01-08-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 28-07-2018 Historisch 25-05-2018 Historisch 01-05-2018 Historisch 01-07-2016 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 06-01-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-07-2013 Historisch 29-06-2013 Historisch 01-04-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 23-03-2012 Historisch 01-10-2011 Historisch 01-07-2011 Historisch 01-10-2010 Historisch 01-05-2009 Historisch 25-03-2009 Historisch 01-01-2009 Historisch 01-08-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 01-01-2008 Historisch 08-03-2006 Historisch 01-02-2006 Historisch 01-01-2005 Historisch 15-09-2004 Historisch 01-09-2004 Historisch 01-05-2004 Historisch 01-01-2004 Historisch 01-06-2003 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2015.

Tekst van deze versie

  1. Een ieder die krachtens deze wet de beschikking krijgt over gegevens met betrekking tot een derde, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voorzover een bij deze wet gegeven voorschrift mededelingen toelaat.

  2. Het bestuursorgaan dat of de rechtspersoon met een overheidstaak die een advies ontvangt, geeft de daarin opgenomen gegevens niet door, behoudens aan:

    1. de betrokkene, uitsluitend voorzover dit noodzakelijk is ter motivering van de naar aanleiding van het advies te nemen beslissing;

    2. de derde die in de motivering, bedoeld in de onderdeel a, wordt vermeld, uitsluitend voorzover de in die motivering opgenomen gegevens hem betreffen;

    3. leden van het overleg, bedoeld in artikel 13 van de Politiewet 2012, voor zover noodzakelijk voor het ondersteunen van het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak bij de motivering van de naar aanleiding van het advies te nemen beslissing;

    4. een andere deelnemer aan een regionaal samenwerkingsverband voor de aanpak van georganiseerde criminaliteit van bestuursorganen, de politie, het openbaar ministerie, de rijksbelastingdienst, de belastingdienst FIOD-ECD, de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst en de Koninklijke marechaussee, voorzover de gegevens noodzakelijk zijn voor het ondersteunen van het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak bij het toepassen van deze wet;

    5. de adviescommissie, bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht;

    6. degene die door Onze Minister is verzocht om een kwaliteitstoetsing ten aanzien van de adviezen van het Bureau te verrichten, of degene die wetenschappelijk onderzoek of statistische activiteiten verricht, met dien verstande dat de resultaten daarvan geen persoonsgegevens mogen bevatten en voor zover de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene daardoor niet onevenredig wordt geschaad;

    7. de Algemene Rekenkamer;

    8. de Nationale Ombudsman;

    9. het College bescherming persoonsgegevens;

    10. de rechter;

    11. de met opsporing belaste ambtenaren indien toepassing wordt gegeven aan de artikelen in het Wetboek van Strafvordering betreffende het vorderen van gegevens;

    12. de inlichtingen- en veiligheidsdiensten indien toepassing wordt gegeven aan artikel 17 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002.

  3. Bij de toepassing van artikel 33 verstrekt het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak de betrokkene een afschrift van het advies en wijst hem daarbij schriftelijk op zijn geheimhoudingsplicht op grond van het eerste lid.

  4. Indien de betrokkene een beschikking dan wel de intrekking van een subsidie of vergunning, onderscheidenlijk de weigering van een overheidsopdracht of een vastgoedtransactie dan wel de ontbinding van een overeenkomst inzake een dergelijke opdracht of transactie, in rechte aanvecht, is hij bevoegd de in het eerste lid bedoelde gegevens bekend te maken aan de rechter.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur