-
Voordat een bestuursorgaan aan een beschikking voorschriften verbindt als bedoeld in artikel 3, zevende lid, en voordat een bestuursorgaan een voor de betrokkene negatieve beslissing neemt op grond van ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, dan wel op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 3, zesde lid, stelt het de betrokkene in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen.
-
Indien een bestuursorgaan een beschikking geeft, is in elk geval de persoon die in de beschikking wordt genoemd een belanghebbende in de zin van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht.
-
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de rechtspersoon met een overheidstaak die een beslissing neemt ter zake van:
de gunning van een overheidsopdracht,
de toestemming, bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel c,
de ontbinding van de overeenkomst met de partij aan wie de overheidsopdracht is gegund,
het aangaan van een vastgoedtransactie, of
de opschorting of ontbinding van de overeenkomst of de beëindiging van de rechtshandeling met de natuurlijke persoon of de rechtspersoon met wie de vastgoedtransactie is aangegaan.
-
Voor de toepassing van het eerste en derde lid zijn de artikelen 4:9 tot en met 4:12 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
Inhoud
Artikel 33
Tekst van deze versie
-
Voordat een bestuursorgaan aan een beschikking voorschriften verbindt als bedoeld in artikel 3, zevende lid, en voordat een bestuursorgaan een voor de betrokkene negatieve beslissing neemt op grond van ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, dan wel op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 3, zesde lid, stelt het de betrokkene in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen.
-
Indien een bestuursorgaan een beschikking geeft, is in elk geval de persoon die in de beschikking wordt genoemd een belanghebbende in de zin van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht.
-
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de rechtspersoon met een overheidstaak die een beslissing neemt ter zake van:
de gunning van een overheidsopdracht,
de toestemming, bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel c,
de ontbinding van de overeenkomst met de partij aan wie de overheidsopdracht is gegund,
het aangaan van een vastgoedtransactie, of
de opschorting of ontbinding van de overeenkomst of de beëindiging van de rechtshandeling met de natuurlijke persoon of de rechtspersoon met wie de vastgoedtransactie is aangegaan.
-
Voor de toepassing van het eerste en derde lid zijn de artikelen 4:9 tot en met 4:12 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
Nog geen automatische verwijzingen.