-
Onder feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a, en derde lid, onder a, die erop wijzen dat de betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten, wordt verstaan:
een veroordeling wegens een strafbaar feit;
een onherroepelijke strafbeschikking;
het vervallen van het recht tot strafvordering op grond van een transactie als bedoeld in artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht;
een onherroepelijke beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke boete;
een beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke boete waartegen beroep is ingesteld, waarop de bestuursrechter in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan.
-
Wordt een strafbaar feit niet vervolgd of de vervolging niet voortgezet, dan staat dat niet in de weg aan het geheel of ten dele op grond van dat strafbare feit vaststellen van de mate van gevaar als bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid.
-
In geval van een rechterlijke uitspraak houdende vrijspraak of ontslag van alle rechtsvervolging, wordt de mate van gevaar als bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid, niet op grond van dat strafbare feit vastgesteld.
Inhoud
Artikel 3a
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-08-2020.
Deze versie geldt vanaf 01-08-2020.
16-07-2025
Huidig
01-03-2025
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-09-2023
Historisch
01-10-2022
Historisch
01-05-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
01-04-2021
Historisch
01-08-2020
Historisch
01-07-2020
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-07-2020
Tekst van deze versie
-
DitOnder onderdeelfeiten isen nogomstandigheden nietals inwerkingbedoeld getredenin artikel 3, tweede lid, onder a, en derde lid, onder a, die erop wijzen dat de betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten, wordt verstaan:
- een veroordeling wegens een strafbaar feit;
- een onherroepelijke strafbeschikking;
- het vervallen van het recht tot strafvordering op grond van een transactie als bedoeld in artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht;
- een onherroepelijke beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke boete;
- een beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke boete waartegen beroep is ingesteld, waarop de bestuursrechter in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan.
- Wordt een strafbaar feit niet vervolgd of de vervolging niet voortgezet, dan staat dat niet in de weg aan het geheel of ten dele op grond van dat strafbare feit vaststellen van de mate van gevaar als bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid.
- In geval van een rechterlijke uitspraak houdende vrijspraak of ontslag van alle rechtsvervolging, wordt de mate van gevaar als bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid, niet op grond van dat strafbare feit vastgesteld.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.