Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur

Inhoud

Artikel 5

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2013.
  1. Een gegadigde voor een overheidsopdracht waarop de richtlijnen, bedoeld in artikel 9, tweede lid, niet van toepassing zijn en die wordt gegund binnen de krachtens het tweede lid aangewezen sector, kan van de gunning van die opdracht worden uitgesloten met inachtneming van de criteria voor de kwalitatieve selectie in de zin van de richtlijnen, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a.

  2. Op voordracht van Onze Ministers, gedaan in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat, worden bij algemene maatregel van bestuur de sectoren aangewezen ten aanzien waarvan het wenselijk is dat, voordat een beslissing wordt genomen inzake de gunning van een overheidsopdracht of de ontbinding van een overeenkomst met de partij aan wie een overheidsopdracht is gegund, door het Bureau een advies kan worden uitgebracht. De voordracht voor een krachtens dit lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

  3. De aanbestedende dienst kan het Bureau om een advies vragen:

    1. voordat een beslissing wordt genomen inzake de gunning van een overheidsopdracht die valt binnen een krachtens het tweede lid aangewezen sector;

    2. in het geval die dienst bij overeenkomst heeft bedongen dat de overeenkomst ontbonden wordt, indien zich een van de situaties, bedoeld in artikel 9, tweede lid, voordoet en de bij overeenkomst verstrekte overheidsopdracht binnen een krachtens het tweede lid aangewezen sector valt, alvorens zich op die ontbindende voorwaarde te beroepen;

    3. ten aanzien van een onderaannemer, uitsluitend met het oog op diens acceptatie als zodanig, indien de aanbestedende dienst in het bestek als voorwaarde heeft gesteld dat onderaannemers niet zonder toestemming van die dienst worden gecontracteerd en in het kader van die voorwaarde zich het recht heeft voorbehouden aan het Bureau een advies te vragen.

16-07-2025 Huidig 01-03-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-09-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-04-2021 Historisch 01-08-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 28-07-2018 Historisch 25-05-2018 Historisch 01-05-2018 Historisch 01-07-2016 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 06-01-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 01-07-2013 Historisch 29-06-2013 Historisch 01-04-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 23-03-2012 Historisch 01-10-2011 Historisch 01-07-2011 Historisch 01-10-2010 Historisch 01-05-2009 Historisch 25-03-2009 Historisch 01-01-2009 Historisch 01-08-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 01-01-2008 Historisch 08-03-2006 Historisch 01-02-2006 Historisch 01-01-2005 Historisch 15-09-2004 Historisch 01-09-2004 Historisch 01-05-2004 Historisch 01-01-2004 Historisch 01-06-2003 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-06-2003.

Tekst van deze versie

  1. Een gegadigde voor een overheidsopdracht waarop de richtlijnen, bedoeld in artikel 9, tweede lid, niet van toepassing zijn en die wordt gegund binnen de krachtens het tweede lid aangewezen sector, kan van de gunning van die opdracht worden uitgesloten met inachtneming van de criteria voor de kwalitatieve selectie in de zin van de richtlijnen, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a.

  2. Op voordracht van Onze Ministers, gedaan in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat, worden bij algemene maatregel van bestuur de sectoren aangewezen ten aanzien waarvan het wenselijk is dat, voordat een beslissing wordt genomen inzake de gunning van een overheidsopdracht of de ontbinding van een overeenkomst met de partij aan wie een overheidsopdracht is gegund, door het Bureau een advies kan worden uitgebracht. De voordracht voor een krachtens dit lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

  3. De aanbestedende dienst kan het Bureau om een advies vragen:

    1. voordat een beslissing wordt genomen inzake de gunning van een overheidsopdracht die valt binnen een krachtens het tweede lid aangewezen sector;

    2. in het geval die dienst bij overeenkomst heeft bedongen dat de overeenkomst ontbonden wordt, indien zich een van de situaties, bedoeld in artikel 9, tweede lid, voordoet en de bij overeenkomst verstrekte overheidsopdracht binnen een krachtens het tweede lid aangewezen sector valt, alvorens zich op die ontbindende voorwaarde te beroepen;

    3. ten aanzien van een onderaannemer, uitsluitend met het oog op diens acceptatie als zodanig, indien de aanbestedende dienst in het bestek als voorwaarde heeft gesteld dat onderaannemers niet zonder toestemming van die dienst worden gecontracteerd en in het kader van die voorwaarde zich het recht heeft voorbehouden aan het Bureau een advies te vragen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur