Wet op de vennootschapsbelasting 1969

Inhoud

Artikel 28b

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-08-2006.
  1. De belastingplichtige die al dan niet te zamen met een verbonden lichaam een belang heeft van één vierde gedeelte of meer in een niet in Nederland gevestigd lichaam waarvan de bezittingen uitsluitend of nagenoeg uitsluitend, onmiddellijk of middellijk, bestaan uit beleggingen – daaronder begrepen bezittingen die worden aangewend voor financieringswerkzaamheden als bedoeld in artikel 13, tweede lid, laatste volzin, die niet kunnen worden aangemerkt als actieve financieringswerkzaamheden waardeert dat belang op de waarde in het economische verkeer.

  2. Met ingang van het tijdstip waarop het eerste lid geen toepassing meer vindt ten aanzien van de belastingplichtige wordt de verkrijgingsprijs van de aandelen, lidmaatschapsrechten of bewijzen van deelgerechtigdheid in het niet in Nederland gevestigde lichaam voor de bepaling van de winst gesteld op de boekwaarde van deze aandelen, lidmaatschapsrechten of bewijzen van deelgerechtigdheid op het tijdstip onmiddellijk voorafgaande aan dat waarop het eerste lid geen toepassing meer vindt.

  3. Voor de bepaling van het in het eerste lid bedoelde één vierde gedeelte blijven buiten beschouwing aandelen, lidmaatschapsrechten of bewijzen van deelgerechtigdheid die bij de ontbinding van het lichaam niet delen in de reserves van het lichaam.

11-07-2008 Huidig 01-01-2008 Historisch 01-11-2007 Historisch 01-08-2007 Historisch 01-07-2007 Historisch 09-03-2007 Historisch 06-02-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 08-09-2006 Historisch 01-08-2006 Historisch 08-04-2006 Historisch 03-02-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 09-12-2005 Historisch 02-12-2005 Historisch 01-12-2005 Historisch 16-11-2005 Historisch 01-03-2005 Historisch 01-02-2005 Historisch 01-01-2005 Historisch 01-03-2004 Historisch 01-01-2004 Historisch 01-01-2003 Historisch 29-08-2002 Historisch 16-07-2002 Historisch 01-01-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2002.

Tekst van deze versie

  1. De belastingplichtige die al dan niet te zamen met een verbonden lichaam een belang heeft van één vierde gedeelte of meer in een niet in Nederland gevestigd lichaam waarvan de bezittingen uitsluitend of nagenoeg uitsluitend, onmiddellijk of middellijk, bestaan uit beleggingen – daaronder begrepen bezittingen die worden aangewend voor financieringswerkzaamheden als bedoeld in artikel 13, tweede lid, laatste volzin, die niet kunnen worden aangemerkt als actieve financieringswerkzaamheden waardeert dat belang op de waarde in het economische verkeer.

  2. Met ingang van het tijdstip waarop het eerste lid geen toepassing meer vindt ten aanzien van de belastingplichtige wordt de verkrijgingsprijs van de aandelen, lidmaatschapsrechten of bewijzen van deelgerechtigdheid in het niet in Nederland gevestigde lichaam voor de bepaling van de winst gesteld op de boekwaarde van deze aandelen, lidmaatschapsrechten of bewijzen van deelgerechtigdheid op het tijdstip onmiddellijk voorafgaande aan dat waarop het eerste lid geen toepassing meer vindt.

  3. Voor de bepaling van het in het eerste lid bedoelde één vierde gedeelte blijven buiten beschouwing aandelen, lidmaatschapsrechten of bewijzen van deelgerechtigdheid die bij de ontbinding van het lichaam niet delen in de reserves van het lichaam.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet op de vennootschapsbelasting 1969