-
In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.
-
Onder standplaats wordt niet verstaan:
een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;
een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.
Algemene plaatselijke verordening Aalsmeer BETA Foutje gevonden?
Inhoud
Afdeling
Artikel 5:18
Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.
Het college kan nadere regels stellen voor het verlenen van een standplaatsvergunning.
Het college weigert de vergunning wegens strijd met omgevingsplan.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd:
indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:19
Toestemming rechthebbende
Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van
het college standplaats wordt of is ingenomen.
Artikel 5:20
Afbakeningsbepalingen
-
Het verbod van artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.
-
De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.