Algemene plaatselijke verordening gemeente Beek 2024 BETA Foutje gevonden?

Inhoud

HOOFDSTUK

BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUUR¬SCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE

Artikel 4:1

Begripsbepalingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • Activiteitenbesluit milieubeheer: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet;

  • collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;

  • gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan inArtikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer;

  • gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan inArtikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer;

  • houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;

  • incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;

  • inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan inArtikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat deArtikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer;

  • onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.

Artikel 4:2

Aanwijzing collectieve festiviteiten

(Naar de verordening fysieke leefomgeving)

Artikel 4:3

Melding incidentele festiviteiten

(Naar de verordening fysieke leefomgeving)

Artikel 4:4

Verboden incidentele festiviteiten

(Naar de verordening fysieke leefomgeving)

Artikel 4:5

Oversterfte muziek

(Naar de verordening fysieke leefomgeving)

Artikel 4:5b

Geluidshinder in de openlucht

(Naar de verordening fysieke leefomgeving)

Artikel 4:5c

Geluidhinder door dieren

Degene die buiten een inrichting de zorg heeft voor een dier, voorkomt dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder veroorzaakt.

Artikel 4:5d

Geluidhinder door motorvoertuigen en bromfietsen

(Naar de verordening fysieke leefomgeving)

Artikel 4:5e

Geluidhinder door vrachtauto’s

(Naar de verordening fysieke leefomgeving)

Artikel 4:6

Overige geluidhinder

(Naar de verordening fysieke leefomgeving)

Artikel 4:7

Straatvegen

Het is verboden op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.

Artikel 4:8

Natuurlijke behoefte doen

Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde plaatsen.

Artikel 4:9

Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen

(Naar de verordening fysieke leefomgeving)

Artikel 4:11

Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden

(Naar de verordening fysieke leefomgeving)

Artikel 4:13

Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en

dergelijke

(Naar de verordening fysieke leefomgeving)

Artikel 4:14

Stankoverlast door gebruik van meststoffen

(Naar de verordening fysieke leefomgeving)

Artikel 4:15

Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame

(Naar de verordening fysieke leefomgeving)

Artikel 4:16

Vergunningplicht lichtreclame

(gereserveerd)

(Naar de verordening fysieke leefomgeving)

Artikel 4:17

Definitie

In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

Artikel 4:18

Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen

  1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd.

  2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.

  3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

  4. Onverminderd het bepaalde inArtikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van:

    1. natuur en landschap; of

    2. een stadsgezicht.

Artikel 4:19

Aanwijzing kampeerplaatsen

  1. Artikel 4:18, eerste lid, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

  2. Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de belangen genoemd inArtikel 4:18, vierde lid, onder a en b.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening gemeente Beek 2024