Algemene Plaatselijke Verordening De Fryske Marren BETA Foutje gevonden?

Inhoud

Paragraaf

Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen

Artikel 4:19

Begripsbepalingen

In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

Artikel 4:20

Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen

  1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd.

  2. Het verbod geldt niet voor:

    1. het plaatsen van één kampeermiddel voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein, voor maximaal een week;

    2. het plaatsen van een camper op een camperovernachtingsplaats voor maximaal 72 uur, mits op de betreffende aangewezen plaats het aantal van vier campers niet wordt overschreden;

    3. het plaatsen van een tent behorende bij het aangelegde vaartuig op de openbaar toegankelijke aanlegplaatsen voorheen in beheer bij de Marrekrite, voor zover de eigenaar van de grond er mee instemt en voor maximaal 72 uur, mits op de bedoelde aanlegplaats het aantal van drie tenten niet wordt overschreden.

    4. een evenementencamping voor bezoekers/deelnemers bij een meerdaags evenement, mits de mogelijkheid in de verleende evenementenvergunning is meegenomen.

  3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid.

  4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van:

    1. de bescherming van natuur en landschap; of

    2. de bescherming van een stadsgezicht.

  5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 4:21

Aanwijzing kampeerplaatsen

  1. Het verbod van artikel 4:20, eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

  2. Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de belangen genoemd artikel 4:20, vierde lid, onder a en b.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening De Fryske Marren