Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.
Van het bepaalde in het eerste lid wordt uitgezonderd de overtreding van het bepaalde in de artikelen 2:10 A eerste lid, 2:11, eerste lid onder a, 2:12 en 4:9 A eerste lid, 4:11 en 5:37 A.
Overtreding van het bepaalde in de artikelen 4:9 A eerste lid en 5:37 A wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.
Algemene plaatselijke verordening Dordrecht BETA Foutje gevonden?
Inhoud
Hoofdstuk
Artikel 6:2
Toezichthouders
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: de gemeentelijke buitengewoon opsporingsambtenaar en de ambtenaren van de politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering.
Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.
Artikel 6:3
Betreden van woningen
Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden van een woning zonder toestemming van de bewoner.
Artikel 6:4
Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening
De algemene plaatselijke verordening Dordrecht laatstelijk vastgesteld op 26 mei 2009 wordt ingetrokken.
Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is bekendgemaakt.
Artikel 6:5
Overgangsbepalingen
Onverminderd het bepaalde in artikel 5:18 A, gelden besluiten, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, als besluiten genomen krachtens deze verordening.
Onverminderd het bepaalde in het vorige lid worden aanvragen om een vergunning als bedoeld in de artikelen 2:11 tweede lid onder a, 2:12 en 4:11 eerste lid, die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van artikel 2.2. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht worden afgehandeld volgens het recht zoals dat gold vóór het tijdstip waarop artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking is getreden.
Artikel 6:6
Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als "Algemene plaatselijke verordening Dordrecht”.
Artikel 6:5 A
Overgangsbepalingen exploitatievergunning horeca
Voor inrichtingen als bedoeld in artikel 2:27 die op grond van artikel 2:28, tweede lid, waren vrijgesteld van de vergunningplicht als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid, omdat zij over een Alcoholwetvergunning beschikten, en die als gevolg van de wijziging van artikel 2:28, tweede lid, niet langer onder deze vrijstelling vallen, gaat de vergunningplicht als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid, gelden negen maanden na inwerkingtreding van de 'Algemene plaatselijke verordening Dordrecht, 26e wijziging'. Deze overgangstermijn geldt alleen voor inrichtingen die op het moment van de inwerkingtreding van de 'Algemene plaatselijke verordening Dordrecht, 26e wijziging' reeds werden geëxploiteerd.
Voor afhaal- en/of bezorgrestaurants als bedoeld in artikel 2:27, aanhef en onder 1 sub 2°, gaat de vergunningplicht als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid, gelden twaalf maanden na inwerkingtreding van de 'Algemene plaatselijke verordening Dordrecht, 26e wijziging', waardoor zij onder het begrip 'inrichting' zijn komen te vallen. Deze overgangstermijn geldt alleen voor inrichtingen die op het moment van de inwerkingtreding van de 'Algemene plaatselijke verordening Dordrecht, 26e wijziging' reeds werden geëxploiteerd.
In afwijking van artikel 2:28 D, eerste lid, aanhef en onder a, wordt een vergunning niet geweigerd wegens strijd met het omgevingsplan, indien de inrichting op het moment van de inwerkingtreding van de 'Algemene plaatselijke verordening Dordrecht, 26e wijziging' reeds werd geëxploiteerd en de aard of omvang van de exploitatie sindsdien niet is gewijzigd.
Dit artikel vervalt van rechtswege op 1 januari 2028.